De vakantie is bijna voorbij. Gisteren begon het afscheid nemen. Met de familie gingen we om 1 uur eten in restaurant Jardin Tropical in Breña Alta. Heel gezellig, heel lekker. Fred, de Oostenrijker, ging ook mee en Mona had haar borduurwerk bij zich, waar zij nu iedere vrije minuut aan werkt, want het moet af voor ze over een week naar Duitsland gaat en vandaar voor twee maanden naar Chili. Ik ben bang dat het niet zal lukken, maar ze werkt er vlijtig aan.
Na een korte siësta ging ik de straat op om kleinigheden te kopen om mee naar huis te nemen. Het valt niet mee iets te vinden, maar ik doe mijn best.
’s Avonds gaf Carla Pires een fadoconcert in het pas geopende theater. Ik ging met Mona, Rupert en Thomas. Carla Pires kon prachtig zingen, maar het duurde mij eerlijk gezegd iets te lang, want veel afwisseling zat er niet in. Ze stond vrijwel onbeweeglijk in een rode jurk midden op het toneel met op de achtergrond drie musici: twee gitaren en een instrument dat volgens mij een mandoline was.
De belichting was afschuwelijk. Tijdens applaus was er meer licht aan en dan kon je zien dat zij een niet onaantrekkelijke jonge vrouw was, slank, met strak naar achteren getrokken zwart haar. Zodra ze begon te zingen ging het meeste licht uit, en was er alleen nog een spot van boven, waardoor zij er uitzag als een doodskopaapje met holle oogkassen en grote oren.
Het was niet uitverkocht, maar er zaten toch wel ongeveer 500 mensen in de zaal. Dit verbaasde Mona. Theatervoorstellingen en concerten in Santa Cruz trekken meestal maar een man of vijftig, overwegend buitenlanders. Ik zat te bedenken dat zes euro voor een kaartje natuurlijk niet uit kan. Omdat Santa Cruz de hoofdstad van het eiland is vindt de cabildo, het plaatselijk bestuur, dat er een theater moet zijn en het wordt dus zwaar gesubsidieerd.
Vandaag hang ik een beetje rond, niet veel zin meer om iets te ondernemen. Ik ga mijn koffer maar eens pakken. Morgenochtend staat om acht uur de taxi voor de deur.














