Afscheid

cimg2370a

De vakantie is bijna voorbij. Gisteren begon het afscheid nemen. Met de familie gingen we om 1 uur eten in restaurant Jardin Tropical in Breña Alta. Heel gezellig, heel lekker. Fred, de Oostenrijker, ging ook mee en Mona had haar borduurwerk bij zich, waar zij nu iedere vrije minuut aan werkt, want het moet af voor ze over een week naar Duitsland gaat en vandaar voor twee maanden naar Chili. Ik ben bang dat het niet zal lukken, maar ze werkt er vlijtig aan.

Na een korte siësta ging ik de straat op om kleinigheden te kopen om mee naar huis te nemen. Het valt niet mee iets te vinden, maar ik doe mijn best.

’s Avonds gaf Carla Pires een fadoconcert in het pas geopende theater. Ik ging met Mona, Rupert en Thomas. Carla Pires kon prachtig zingen, maar het duurde mij eerlijk gezegd iets te lang, want veel afwisseling zat er niet in. Ze stond vrijwel onbeweeglijk in een rode jurk midden op het toneel met op de achtergrond drie musici: twee gitaren en een instrument dat volgens mij een mandoline was.
De belichting was afschuwelijk. Tijdens applaus was er meer licht aan en dan kon je zien dat zij een niet onaantrekkelijke jonge vrouw was, slank, met strak naar achteren getrokken zwart haar. Zodra ze begon te zingen ging het meeste licht uit, en was er alleen nog een spot van boven, waardoor zij er uitzag als een doodskopaapje met holle oogkassen en grote oren.
Het was niet uitverkocht, maar er zaten toch wel ongeveer 500 mensen in de zaal. Dit verbaasde Mona. Theatervoorstellingen en concerten in Santa Cruz trekken meestal maar een man of vijftig, overwegend buitenlanders. Ik zat te bedenken dat zes euro voor een kaartje natuurlijk niet uit kan. Omdat Santa Cruz de hoofdstad van het eiland is vindt de cabildo, het plaatselijk bestuur, dat er een theater moet zijn en het wordt dus zwaar gesubsidieerd.

Vandaag hang ik een beetje rond, niet veel zin meer om iets te ondernemen. Ik ga mijn koffer maar eens pakken. Morgenochtend staat om acht uur de taxi voor de deur.

Gepubliceerd in:  on november 13, 2008 at 4:17 pm Laat een reactie achter

Dinsdag

Voor een laatste excursie nam ik dezelfde bus als gisteren, maar nu tot ver voorbij Los Sauces. Hij gaat na Sauces naar Barlovento, iets verder naar het noorden. Daar moet je overstappen op een kleiner busje, want langs de noordkant zijn de bergen nog steiler en de dalen nog dieper en dientengevolge de wegen te smal en bochtig voor de gewone bus.
Af en toe dalen we af naar een dorp. De weg is daar vaak zo smal dat het busje maar net tussen twee huizen door kan. Ik zou wel foto’s willen maken, maar vanuit een rijdende bus is dat niet zo gemakkelijk.
Ik kijk mijn ogen uit en krijg na een klein uur hetzelfde gevoel dat me soms in een museum overvalt: al te veel gezien om nog iets in me op te nemen. Gelukkig zijn we niet veel later in Garafía aan de westkust, waar ik een stop heb gepland. De volgende bus komt over twee uur, dan wil ik verder.
Het is een klein, oud en zeer rustig dorp. Ik wil er wat rondwandelen en volg de borden die een route door het ‘casco antiguo’ aangeven. Kleine huizen, geplaveide paadjes tussen lage muren. Na een tijdje stuit ik op een stukje weg waarop zojuist beton gestort is en moet ik dus terug.
Ik maak een foto van de kerk en zoek een bankje in de schaduw op het grote plein bij de kerk. Daar gebeurt verder helemaal niets. De rust is zo groot, dat ik me afvraag of ik het er lang zou uithouden als ik er moest wonen.
En dan krijg ik de schrik van mijn leven. Ik wil de foto nog even bekijken en ontdek dat alle andere foto’s uit de camera verdwenen zijn. Had ik ze maar op de computer gezet! Daar staan nu alleen de foto’s op die ik in dit blog heb gebruikt, maar ik heb er natuurlijk veel meer gemaakt.
Ik ga enslotte verder naar het zuiden langs de westkant van het eiland. Die is ook hoog, maar vlakker en lieflijker dan de andere kant. In de bus blijft de gedachte aan de foto’s aan me knagen.
Thuis blijkt later dat er niets aan de hand is. Ik heb alleen vergeten het kaartje waarop het geheugen van de camera staat uit de computer te halen en weer terug te zetten in de camera.

Gepubliceerd in:  on at 1:38 pm Laat een reactie achter

Charco Azul

De kerk in Los Sauces

De kerk in Los Sauces

Nu ik het ANWB-boekje niet meer vertrouw zoek ik zelf maar een wandeling uit aan de hand van de kaart en de horario van de transportes insular. Om kwart voor tien zit ik in de bus naar Los Sauces in het noorden van de oostkant van het eiland. Het ligt op ongeveer 250 meter hoogte en vlakbij, maar veel lager en dichter bij de kust ligt San Andrés, lopend te bereiken.
De bus rijdt over een weg die hoog boven de zee kronkelt langs steile bergen en diepe dalen. een adembenemend landschap. De dorpen waar we door rijden zijn van de weg af niet erg mooi.
Om elf uur zijn we in Los Sauces. In de kiosko, een bar midden op het plein voor de kerk, wijst iemand me de weg waarlangs ik naar beneden kan. Hij is smal, geasfalteerd en heel steil. Er geldt een maximum snelheid van 20 km en er is heel weinig verkeer. Ik loop tussen huizen en heel veel bananenplantages. Volgens mij kweken ze hier bananen voor half Europa. De huizen hebben meestal gordijnen en/of luiken dicht. Dat betekent niet dat er niemand thuis is. Veel Spaanse huisvrouwen willen tot elke prijs vermijden dat er daglicht in hun woningen binnendringt. Er staan vlijtige liesjes langs de weg, weelderige geraniums en indrukwekkende trosbegonia’s.

Overal bananenplantages

Overal bananenplantages

In San Andrés bestel ik op een terrasje bij de kerk een flesje water. Ik heb inmiddels al vrij veel koffie op. Ik vraag de weg naar Charco Azul, het zwembad dat hier in de buurt moet zijn. Tien minuten lopen, zeggen ze. Dat wordt natuurlijk iets meer, maar het loont de moeite. De natuur heeft hier gezorgd voor een paar natuurlijk zwembaden met zeewater. De mens heeft terrassen en trappen aangelegd en kleedhokjes.
Als Barbara en Fifi dit hadden gezien hadden ze zeker het water in gewild, en ik zou hier eigenlijk ook wel willen zwemmen, maar heb geen badpak bij me.

zwembad

Het mooie van deze excursie is, dat er vanaf San Andrés een busje naar Los Sauces gaat, dat een halte vlak bij het zwembad heeft, dus ik hoef die berg niet weer op te wandelen. Een heerlijke dag, maar ik kan geen banaan meer zien.

Gepubliceerd in:  on november 12, 2008 at 10:31 am Reactie (1)

Weekend

Het weekend is hier soms een beetje saai. Zaterdagmiddag gaan bijna alle winkels dicht en ook de bar beneden sluit de deuren. De middenstand geniet tot maandagochtend van een welverdiende rust.
De bussen rijden niet erg frequent, dus wandelen is een beetje minder gemakkelijk te regelen dan op weekdagen.
Ik had natuurlijk naar het theater kunnen gaan. Zaterdagavond waren er twee Spaanse komieken, waarvan Mona zei dat ze heel vervelend waren en vrijdagavond trad een uit niet meer dan vier personen bestaand toneelgezelschap op, dat een bewerking van Cyrano in het Spaans speelde. Daar had ik ook niet echt zin in.
Ik at lekkere tapas in een bar aan de Avenida Maritima. De televisie was dodelijk vervelend, alleen maar sport en Paul de Leeuw. Ik ging dus maar vroeg naar bed om mijn Duitse boek uit te lezen. Helaas kon ik daarna helemaal niet slapen. Licht uit, licht aan, beetje water drinken, puzzeltje maken, beetje uit het raam kijken. Het was heel stil in de straat.

cimg2350a

Eindelijk kwam de ochtend. Belgisch nieuws op de televisie, Nederlands nieuws, en daarna weer Paul de Leeuw, gevolgd door een hoogst onwaarschijnlijke aflevering van Flikken Maastricht.

Ik sliep nog altijd niet en stond dus om een uur of negen maar eens op, las mijn mail, speelde een potje bridge en hoorde toen tot mijn vreugde het geluid van stoelen en tafels die beneden op straat gezet werden. Als Sergio op zondag de zaak open doet betekent dat, dat er een cruise is aangekomen in de haven. Hij opent dan de zaak een paar uur en vraagt zonder enige schaamte schandelijk hoge prijzen voor de consumpties. Het was een boot vol Engelsen. Dat kan je natuurlijk horen, maar je kan het ook zien, want merkwaardig genoeg hebben deze overwegend bejaarde Engelsen altijd heel weinig kleren aan als ze aan wal komen. De mannen korte broek, vaak met openhangend overhemd, de vrouwen de schouders onbedekt met veel vertoon van gerimpeld bloot aan voor- en achterzijde. Een beetje overdreven bij een temperatuur van ongeveer 22 graden.
Op een zeker moment gaan ze allemaal tegelijk weer naar de boot om daar de lunch te gebruiken. Daar hebben ze tenslotte voor betaald.

Ze zijn dus weer weg en Sergio is ook weer naar huis. Vanavond ga ik in de pizzeria eten, vrijwel het enige restaurant dat op zondag open is.

Gepubliceerd in:  on november 9, 2008 at 3:25 pm Reactie (1)

El Paso


Anders dan in Cadaqués, waar op grond van een verordening alle huizen wit moeten zijn, wordt dit hier helemaal aan de eigenaren overgelaten, met als resultaat dat alle kleuren van de regenboog voorkomen. De plaatjes hierboven heb ik allemaal gemaakt toen ik vanmiddag door de dorpen ten oosten van El Paso wandelde, maar hard roze, vrolijk blauw en schreeuwend paars komen ook voor.

Ik vond dat ik weer eens moest gaan lopen, om de conditie op peil te houden, maar had een makkelijke wandeling bedacht, omdat mijn ene voet en mijn andere knie nog altijd een beetje gevoelig zijn na die smak in Puntagorda.
Ik nam de bus naar de andere kant, waar de vlakte van Los Llanos glooiend afloopt naar de zee. De bergrug waardoor de tunnel loopt is ongeveer 1350 meter hoog en ik stapte een eind na de tunnel uit op een punt dat op ongeveer 880 ligt. Vandaar liep ik eerst een eindje naar het noorden en toen over een geasfalteerde, maar heel rustige weg naar El Paso, dat op ongeveer 640 meter zo’n 2,5 km verder naar het westen ligt.
Alleen in het begin liep ik tussen velden, maar verderop bijna steeds tussen bebouwing, die langzaamaan wat dichter werd. De landelijke huizen, de vele bomen en planten en vooral ook alle bloemen maakten het een plezierige wandeling. Inspannend was hij niet, er waren maar weinig steile stukken en steil naar beneden is nog altijd een stuk aangenamer dan steil omhoog.

Gepubliceerd in:  on november 7, 2008 at 6:43 pm Reacties (3)

Diversen

Instituut voor Secundair Onderwijs

Instituut voor Secundair Onderwijs

Gistermiddag met Mona en de onkels gegeten in het restaurant van de horeca-afdeling van een soort ROC bij La Palma. Lekker gegeten, omzwermd door keurig geklede jongens en meisjes die het serveren moesten leren.

Vanochtend met de onkels koffie gedronken in een café tegenover Pension La Cubana, dat ook van de familie is en goedkoper en heel romantisch, maar zonder eigen badkamer en daar ben ik te oud voor.

Mona borduurt

Mona borduurt

Mona is hier geheel geïntegreerd. Zij leert een Canarisch snaarinstrument te bespelen en voor het geval ze daarmee zal moeten optreden met een folkloristische groep moet ze een Canarisch kostuum hebben, waarvoor ze eigenhandig het borduurwerk vervaardigt. Ze borduurt zo vaak ze even tijd heeft. Hier op het bankje voor de deur van de Fuente.

De schilders aan de overkant hebben nog adembenemende toeren uitgehaald, maar nu zijn ze klaar, dus ik hoef niet meer bang te zijn dat ik ze ineens naar beneden zie storten. Ze zullen nu wel ergens anders hun leven wagen, maar wat niet weet wat niet deert. Volgens Mona moeten ze hier ook eigenlijk met een hoogwerker werken, maar wordt daar alom de hand mee gelicht. Het aantal arbeidsongevallen in Spanje is dan ook heel hoog.

Gisteren weer bij de masseur van Thomas geweest. Het is wel lekker, maar helpt niet echt, dus ik ga er maar niet meer heen en wacht wel tot ik in Nederland ben.

De zon schijnt vandaag weer. Op mijn balkon gezeten en gelezen in een Duits boek van Mona. Daniel Kehlman beschrijft op zeer onderhoudende toon het leven van twee achttiende-eeuwse Duitse genieën, Alexander von Humboldt, ontdekkingsreiziger, en Carl Friedrich Gausz, wiskundige en astronoom. Vermakelijk en bewonderingswaardig.

Mijn kleindochter Rivka heeft ook een website. Vandaag heb ik erg genoten van het bericht dat zij er opgezet heeft. Gaat dat zien: www.kindertent.nl/r1vk4

Gepubliceerd in:  on november 6, 2008 at 5:53 pm Laat een reactie achter

Beverig

Ik ben een beetje beverig. Dat zal wel van gisteren komen, toen had ik af en toe een beetje pech.
Wandeling 20 uit het ANWB-wandelgidsje voor La Palma staat in de categorie ‘licht’, dus dat leek me wel een leuke wandeling om eens te gaan doen. Mona zei nog aarzelend: het is geloof ik wel vrij steil, maar met een optimistisch vertrouwen in onze wielrijdersbond besloot ik toch maar te gaan.
Ik moest daarvoor naar Las Tricias aan de noordoostkant van het eiland, en hoewel dat hemelsbreed minder dan 30 kilometer hiervandaan is, zou ik er wel een uur of drie vier over doen.
Ik ging dus opgewekt om vijf voor half negen de deur uit om de bus van kwart voor negen naar Los Llanos te nemen, maar bedacht toen ik op straat liep dat ik het ANWB-boekje niet bij me had, moest terug en toen heel snel lopen om nog net de bus te halen.
In de bus bedacht ik dat ik bijna geen geld bij me had en dus moest ik in Los Llanos nog haastig een bank zoeken voordat de bus naar het noorden vertrok. Ook dat lukte, ik had zelfs nog tijd voor een koffie. Om half twaalf was ik in Las Tricias.
gofio

De wandeling zou naar een oude gofiomolen gaan, waar men vroeger geroosterd graan maalde, en vandaar langs vele van de beroemde Canarische drakenbomen omlaag naar een plek waar eeuwen geleden grotwoningen van de oorspronkelijke, door de Spanjaarden uitgeroeide, bewoners van het eiland waren. De wandeling was prachtig, maar onderweg begon ik me al een beetje zorgen te maken, want het ging nogal erg omlaag, maar ik dacht dat de ANWB wel een redelijk gemakkelijk pad omhoog gevonden zou hebben. Het was immers een lichte wandeling.
Vergeet het maar. Beneden was in de buurt van de grotten, midden in de bergen, een cafeetje waar ik wat water dronk en toen moest ik weer omhoog. Het Duitse meisje uit het café vertelde dat dit niet het café was waar volgens het boekje de terugweg begon, want dat was opgeheven, maar ze kon mij wel een pad wijzen.
Dat pad was waarschijnlijk prachtig, maar zo steil dat ik daar geen oog meer voor had. Wel was ik me er van bewust dat links van het pad de bergwand bijna recht naar beneden liep en ik was blij dat ik geen hoogtevrees heb. Er waren stukken waar ik steeds na vijftig stappen een rust van vijftig tellen moest nemen om het hart enigszins te kalmeren. En het ging maar door. Steeds dacht ik: Na de volgende bocht wordt het beter, maar nee, misschien een stukje dat niet al te erg steeg en dan werd de pols weer naar honderdveertig gejaagd. Ik wou eigenlijk niet verder, ik kon eigenlijk niet verder, maar er zat niets anders op dan door te lopen.
Eindelijk kwam ik bij een smalle asfaltweg. Het pad ging aan de overkant van het weggetje verder, maar ik besloot de weg verder omhoog te nemen, waarschijnlijk langer, maar vast niet zo steil. Er waren nog veel stukken waar een auto in de twee of misschien zelfs in de een tegen op zou moeten, maar eindelijk kwam ik om even over half vijf bij een bredere asfaltweg met een witte streep in het midden. Hier zou de bus wel langs komen, maar waar was de halte. Ik klopte aan bij een huis en de vrouw die opendeed zei: De bus stopt hier, als U hem aanhoudt, maar het duurt nog zeker twintig minuten voor hij komt.
Nou, voor een bus waarvan ik toevallig weet dat hij om de twee uur gaat was dat heel mooi. Hij stopte en bracht me naar Puntagorda, waar ik op een grotere bus naar Los Llanos moest overstappen. Ik was al een beetje bijgekomen toen ik in Puntagorda aankwam, maar toch nog erg moe. Daardoor zal het wel gekomen zijn dat ik, wachtend op de bus, misstapte en vrij hard tegen de grond klapte.
Ik was net voor achten thuis, gelukkig maar, want Mona berispt me als ik later dan acht uur kom want dan gaat de receptie dicht.
Iets gegeten, vroeg naar bed, tegen vijf uur wakker geworden en McCain en Obama zien en horen spreken, toen weer ingeslapen en nu dus een beetje beverig. Zal morgen wel beter zijn.

Gepubliceerd in:  on november 5, 2008 at 12:54 pm Reactie (1)

Muziek

Vrijdagavond kwam vrolijke muziek uit de bar beneden mijn kamer binnen. Vorig jaar was dat ook al een paar keer gebeurd en nu besloot ik dat ik er maar eens heen moest.
De muzikanten zaten rond een tafeltje in de hoek en zongen uit volle borst alle nummers die ze ten gehore brachten. Microfoons kwamen er niet aan te pas en het was verrasend hoeveel geluid ze voort wisten te brengen.
Ik trof er een Engels stel dat ook in de Fuente logeert. Hij was vroeger gitarist in een band, maar speelt niet meer wegens ernstige rugklachten. Het zijn erg aardige mensen. Drinken doe ze allebei nog met overgave. Ik heb ze wel eens aan het ontbijt zien zitten met een cognacje naast de bocadillo.
We vonden het jammer dat we de teksten niet kenden en daarom niet, zoals een deel van het publiek, mee konden zingen. Het is er wel nog van gekomen dat ik me op de dansvloer begaf.

Gepubliceerd in:  on november 3, 2008 at 4:10 pm Reactie (1)

Todos Santos

Kerkhof Santa Cruz de la Palma

Kerkhof Santa Cruz de la Palma


1 november

Gepubliceerd in:  on november 2, 2008 at 11:15 am Laat een reactie achter

Niets te lachen

Zo’n 500 meter boven Puerto de Tazacorte ligt de Mirador del Time, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de westkust van het eiland en de vlakte waarin Los LLanos ligt, de twee stad van het eiland.
Ik was er met Moreyba, die ik via couchsurfing had leren kennen. Vorig jaar was ik er per bus ook al eens geweest en toen was ik te voet afgedaald naar Puerto, een tamelijk inspannende, maar erg mooie wandeling.
Deze keer was het de bedoeling dat we in de auto van Moreyba verder noordwaarts zouden gaan naar Tijarafe, alwaar zij in opdracht van de Cabildo (het plaatselijk bestuur) lachtherapie moest gaan geven aan een groepje personen van wat ze hier de derde leeftijd noemen.
Ik was met de bus wel eens door het plaatsje gekomen, maar er nooit uitgestapt, want de volgende bus komt pas twee uur later en zo opwindend ziet het nou ook weer niet uit. We maakten een wandelingetje door het hoog tegen de berg op gelegen Tijarafe. Straatjes met lage oude huizen en een rustig plein bij de kerk met grote oude laurierbomen. Er was nog tijd voor een broodje en iets te drinken en toen moesten we naar het bejaardencentrum.
Ik had natuurlijk al eens gelezen over deze sessies waar men bijeenkomt om door hartelijk met elkaar te lachen iets aan zijn geestelijke gezondheid te doen en ik was erg nieuwsgierig hoe dat zou gaan. Moreyba, die psychologe is, had het al met senioren in Los Llanos gedaan en daar was het heel goed gegaan. Onze verwachtingen waren hoog gespannen.
Helaas. De veertien bejaarde Tigaraffers die soms op eigen kracht, maar gedeeltelijk aan de arm van verplegers of in een rolstoel, de ongezellige ruimte binnenkwamen, die ons was toegewezen, waren voor meer dan de helft te dement om te begrijpen wat er gebeurde. Ze konden nog net met enige moeite vertellen hoe ze heetten, maar verder ging het vaak niet.
De arme Moreyba deed haar uiterste best, maar het was onmogelijk om met deze groep spelletjes te spelen die tot lachen en vrolijkheid moesten leiden. Het moest eigenlijk anderhalf uur duren, maar na een klein uur gaf ze het op. Tot grote vreugde van Nieves, die haar uiterste best deed om niet in slaap te vallen, van Emilia, die eigenlijk naar de kerk wou, en van Pancho, die snakte naar een sigaret en die ik dus per rolstoel naar buiten duwde.
Moreyba voelde zich er nogal ongelukkig over en meende zich te moeten verontschuldigen, maar dat vond ik onzin. Reizen gaat niet alleen maar om prachtige vergezichten en fraaie gebouwen. Het gaat er ook om iets te zien van het leven in de plaatsen die men bezoekt en weinig toeristen krijgen de gelegenheid het centro para la tercera edad in Tigarafe te bezoeken.

Gepubliceerd in:  on november 1, 2008 at 2:01 pm Reactie (1)