Woensdag kwam ik toevallig op de boerenmarkt bij het Oostelijk Havengebied terecht. Leuk, denk je dan en je besluit iets heel gezonds en lekkers te kopen. Eerst de broodkraam. Daar hadden ze onder andere zuurdesembollen, die iets kleiner waren dan een gewoon half broodje en krentenbollen. Ik nam een zak met vijf krentenbollen en zo’n broodje en moest daar acht euro voor betalen. Thuis bleek dat de krentenbollen ongeveer drie krenten per stuk bevatten en verder nogal droog waren, dus die heb ik niet opgegeten, Bij AH kosten bollen vol krenten zes voor 1,95. Het brood was heerlijk, dat moet gezegd worden, maar vanochtend heb ik het laatste stuk weggegooid, want dat was inmiddels zo hard dat ik het niet meer af kon snijden.
Mijn tweede aanschaf was een stuk Friese nagelkaas. Duur en redelijk lekker, maar op de Dappermarkt is hij goedkoper en ook echt lekkerder.
Toen de groente- en fruitkraam. Ik kocht er drie Elstars, die echt lekker waren, drie peren, die niet veel voorstelden en wat mandarijnen, die waarschijnlijk niet van een Nederlandse boer afkomstig waren en vrij droog. Dat kostte bij elkaar ook weer meer dan vijf euro.
Mooi idee, hoor, boerenmarkt, en niet erg als het iets duurder is dan normaal, maar dan moet het wel lekkerder zijn dan normaal en niet krankzinnig duur. Ik ga er in elk geval niet meer heen.
Boerenmarkt
Muziek
De crèche aan de overkant bestaat een respectabel aantal jaren en gisteren hing er een briefje bij ons op de deur, waarin werd aangekondigd dat ze van het stadsdeel vergunning hadden om vandaag feest te vieren op de stoep voor de deur. Ze hoopten dat wij daar geen overlast van zouden hebben.
Wat aardig van ze, dacht ik nog, en wat leuk dat ze een feestje hebben.
Wat ik toen nog niet wist is dat ze daar blijkbaar vinden dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met het beschadigen van de gehoorzenuwen van de peuters. Ik zit hier nu al uren lang met alle ramen dicht naar het gedreun van de feestmuziek te luisteren en ik ben blij dat ik straks de deur uit moet. Ik zie er alleen tegenop om op straat voorbij het feest te moeten.
DNA
Twee van mijn bejaarde buurvrouwen kijken ’s avonds altijd samen televisie. Als er geen voetballen is, kijken ze het liefst naar programma’s die aanleiding geven om te zeggen: Oh wat erg. Ze zijn dol op Opsporing Verzocht (je bent tegenwoordig je leven niet meer zeker) en kijken ook graag naar oplichting, gruwelijke ziektes en andere kommer en kwel. De stemming tussen de beide dames is vaak korzelig, maar het is toch gezelliger dan ieder in je eigen huis zitten.
Gisteren hadden ze Radar er op staan, waar een chemicus aan de kaak werd gesteld die voor veel geld DNA-tests doet en naar aanleiding van de uitslag medische adviezen geeft. Geheel ten onrechte, volgens de aanwezige medici. Er worden heel wat ziektes genoemd die je mogelijkerwijs zou kunnen krijgen en bij bijna elke enge afwijking zegt de ene buurvrouw, die een beetje hypochondrisch is: Ja, dat heb ik ook wel eens gehad.
Nou zegt de andere geïrriteerd, dan mag jij je DNA ook wel eens laten nakijken.
Nee, zegt ze, DNA heb ik niet.
De Javastraat
n
Tussen het Javaplein en de Gorontalostraat is mijn straat in een bouwplaats veranderd. Het stadsdeel heeft kennelijk vergunning gegeven om aan beide kanten van de straat tegelijkertijd, tegenover elkaar, de trottoirs af te zetten met hekken voor de renovatie van een aantal panden. Voetgangers moeten dus over de rijweg en daar staat vaak nog een hijskraan of een vrachtauto geparkeerd.
Auto’s. fietsers, voetgangers, moeders met kinderwagens en bejaarden met rollator of scootmobiel moeten zich dan allemaal door de sleuf van twee á drie meter wringen die nog overblijft. Ik heb bovenstaande foto ook naar het stadsdeel gestuurd, maar ik vrees dat het niet veel uithaalt.
Bomen

Toen ik, nu a weer bijna drie jaar geleden, naar deze flat in de Indische buurt verhuisde, stond er een grote oude iep voor het huis. Zo hoog, dat ik hier op vier hoog in de zomer volop groen voor de ramen had.
Ik ben niet iemand die met bomen praat, maar ik raakte al gauw erg aan mijn iep gehecht. In de zomer hield hij een deel van de dag de zon tegen als die al te zeer naar binnen wou schijnen en in de winter lieten de kale takken het zonlicht door, zodat ik van elke straal kon genieten.
Het mocht niet zo blijven. Op een dag hing er toen ik ’s ochtends de kamer binnen kwam een man voor het raam die bezig was de iep, mijn iep, van zijn takken te ontdoen. Volgens het stadsdeel was hij ziek en moest hij omgehakt worden. Ik was er echt verdrietig van en heb hem heel lang iedere dag gemist.
Van de herplantplicht leek meer dan een jaar niet veel te komen, maar ziet, vanochtend toen ik beneden de deur uit kwam stond er een dapper klein iepje op de plaats waar ooit mijn grote vriend stond.
Ik weet niet hoe snel iepen groeien en ik vrees dat het wel even zal duren voor hij vier hoog voor mijn raam staat, maar er is hoop.
Onrust in het cluster
Om een of andere reden noemt mijn buurvrouw onze veertig seniorenflats het cluster. Gisteren was er veel te doen.
Het verloop is hier groot. Op twee hoog werd door familieleden de woning van een onlangs overleden buurman leeggehaald. De straatdeur stond open met een zware tas ertegen en je zag de inboedel stukje bij beetje langskomen. Veel oude boeken, tassen vol huisraad, een groot houten paard. Dat verdween allemaal in een grote rode personenauto die af en aan reed.
Tegelijk stonden er twee politie-autos en een ambulance voor de deur, want de verslaafde zoon van een van de buren was op straat in elkaar geslagen door twee onduidelijke figuren. Een afrekening in het criminele circuit zeker. Toen ik boodschappen ging doen kwam ik op straat zijn moeder tegen, die nog van niets wist. Hoe gaat het met u? vroeg ze. Met mij wel goed, maar bij u is geloof ik iets gebeurd. Ze repte zich naar huis.
Gelukkig is er ook goed nieuws. Het hondje van de benedenbuurvrouw dat een paar dagen geleden op sterven na dood was, wordt langzaam beter. Gisteren heeft hij voor het eerst in dagen iets gegeten. Volgens de dierenarts heeft hij vergif binnengekregen. Hoe? Dat zullen wij nooit weten.