Afscheid, niet van mijn blog, maar van Cadaqués. Ik had goed geslapen en werd vol dadendrang wakker, zodat ik al om een uur of acht bezig was de keuken uit te ruimen. Ze laten in dit appartement nooit ook maar iets staan, geen zout, peper, olie, azijn, afwasmiddel of wat dan ook, dus dat koop je dan iedere keer en je maakt het niet op. Alles wat nog bruikbaar was heb ik in twee plastic tassen gestouwd en ik heb het met de geraniums naar Ana en Michael gebracht. Heel leuke mensen, met een gezin, die dus al die dingen wel kunnen gebruiken. Ana geeft Engelse en Spaanse les in het dorp en Michael, die dat ook jaren gedaan heeft, is nu huisschilder geworden, wat hem beter bevalt. Ze hebben twee kinderen, David van achttien, die niet van school hield en ook al huizen schildert en Celia, een schattig meisje van twaalf dat uiteraard nog op school is en meer van leren houdt dan haar broer. En nu krijgen ze in september een kleinkind, waarvan zoon David de vader is. Het moedertje is nog op school en ze zijn ontzettend verliefd en willen het kind dolgraag hebben. Nou ja, zeggen Ana en Michael dan, dat moet dan maar. De ouders van het meisje dachten daar anders over en dus wonen David en zijn zwangere vriendin al een paar maanden bij A. en M. Ik trof Ana vanochtend aan achter stapels wasgoed en dozen vol babykleren die ze ging uitzoeken. Het jonge stel heeft gelukkig een flatje gevonden en gaan daar zeer binnenkort wonen, wat erg zal schelen in de hoeveelheid werk die Ana heeft.
Na mijn bezoek aan Ana ben ik het dorp ingegaan voor krant en koffie, ik heb afscheid genomen van een aantal vrienden die ik daar bijna elke ochtend tref en vervolgens gelunched met Beverly. Zij is een Amerikaanse schilderes, die al jaren gedeeltelijk in Cadaqués woont en gedeeltelijk op Hawaii, waar ik haar ooit bezocht heb. Wij hebben altijd veel te bespreken.
Na een siësta heb ik verder opgeruimd, de vloer geveegd en met de mop bewerkt en nu zit ik dus in de internetruimte van Hostal Christina. Overal elders in het dorp kost het internet een euro per kwartier, vaak op oude machines, met geheel afgesleten toetsenborden, maar hier is het ideaal. Er zijn Macs, dat is even wennen, maar zoveel anders dan een PC is het ook weer niet, en alles is nieuw en werkt perfect. De jonge eigenaar van het hotel kent mij nog uit de tijd dat ik hier woonde en nadat ik een hele tijd heb zitten lezen en schrijven, vaak wel een uur of meer, zegt hij elke dag weer: geef maar een Euro.
Nu ga ik nog even Susie goedendag zeggen in haar mooie winkel, dan het dagelijkse glaasje wijn in het Casino met het Duitse clubje en dan, zoals gebruikelijk is op mijn laatste avond, eten in Casa Nun en daar de vrienden innig omhelzen. Tot volgend jaar.
Afscheid
Geraniums

Ik wil altijd een bloem of een plant hebben in een apartament dat ik enige tijd bewoon en zo kocht ik op de eerste marktdag na mijn aankomst in Cadaqués twee rode geraniums. In zekere zin een miskoop, want zodra ze op mijn terras stonden vielen de bloemblaadjes af en verdorden de knoppen. Ik wou ze niet weggooien en heb ze liefdevol toegesproken en water gegeven, en ziet, ze hebben nieuwe knoppen gemaakt en een paar dagen voor ik wegga staan ze prachtig in bloei.
Jammer dat ik er niet meer lang van kan genieten, overmorgen ga ik naar huis. Ik laat ze niet op dat terras staan, want daar geeft niemand ze water. Ik moet nog bedenken aan wie ik ze zal geven.
Opgeknapt
Ja ja, daar ben ik weer. Het ging dus even niet zo goed, ik kon ´s nachts niet slapen van de jeuk en moest overdag om de vijf minuten rusten, maar ik ben gisteren aan de cortison gegaan en dat wondermiddel heeft me er weer helemaal bovenop gebracht.
Vanmiddag ben ik zelfs weer eens tegen het bergje achter Saguarda opgelopen (dit voor kenners) en ik hoefde niet te rusten voor ik boven was. Jammer genoeg stond daar zoveel wind, dat ik bijna omver geblazen werd en ik ben dus niet verder gegaan, maar heb het steile pad omlaag gekozen.
Hierbij een foto om te laten zien hoe hoog ik was.

Sorry
Sorry lieve vrienden, ik voel me even iets minder fit en heb weinig inspiratie. Morgen komt er waarschijnlijk wel weer een stukje.
Weekendvandalisme
Sinds gisteren logeert Vanessa bij me. Ik ken haar via couchsurfing (www.couchsurfing.com) en vorig jaar heeft ze in de zomer een paar dagen bij me gelogeerd. Dat was leuk en nu is ze toevallig gelijk met mij in Spanje en ik heb haar dus maar weer uitgenodigd een paar dagen langs te komen.
De zomer is begonnen. Het is overdag ongeveer 29 graden en het was gisteravond voor het eerst warm genoeg om op het terras te eten. Het was een vredige avond, dachten we. We aten een voedzame soep, dronken een glaasje wijn en keken naar het uitzicht over de baai, de berg en het dorp.
Later bleek dat het toen wij al lang sliepen nog behoorlijk rumoerig is geworden in het dorp. Vanochtend zag ik op mijn weg naar beneden een van de lage lampen die de straat langs de kust verlichten, op het bordes van een huis liggen. Afgerukt, meegenomen en neergelegd op een plek waar niet veel mensen langs komen. Wat een ongein. Toen ik beneden bij het water kwam was er juist iemand bezig een keurige fiets uit de zee op te vissen. Blijkbaar ook gistereravond slachtoffer van vandalisme geworden. Ik heb de politie inmiddels verteld waar ze de lamp kunnen vinden. Daar waren ze blij mee.
Vanavond zal het veel rustiger zijn. De meeste weekendgasten zijn al weer weg. Wij gaan naar Can Tito, mijn favoriete restaurant.
Service
Gloeilampen heten hier bombillas en omdat de helft van de lampen in de kamer het niet meer deed besloot ik er twee te gaan kopen. Veertig watt, grote fitting, dat was wat er in zat.
Ik ging naar Canaletta, een winkel die enerzijds ijzerwinkel is, met gereedschap en schroefjes, moertjes, dubbelstekkers, bombillas, noem maar op en anderzijds ook witgoed verkoopt, en pannen, bestek en serviezen. Er was geen enkele klant in de winkel. Een jonge verkoopster hing verveeld achter de kassa.
Na enig zoeken vond ik de gewenste lampjes ergens achterin de nog steeds verlaten winkel. Ik gaf ze aan de verkoopster, die met tegenzin de prijs, totaal twee euro, aansloeg in de kassa, de lampjes in een zakje deed en ze aan mij gaf.
“Gaat u niet proberen of ze werken?” vroeg ik vriendelijk.
“Ja zeg,” zei ze, “als ik hier bij ieder lampje moet gaan proberen of het werkt kan ik wel de hele dag bezig blijven.”
Mas Duran
Gisteren had ik een rustdag ingelast, maar vandaag moest er weer flink gewandeld worden. Met Andreas, een aardige Duitser uit Australie die ik hier ontmoet heb, liep ik naar Mas Duran, waar onze vriend Bernd Block een stuk grond heeft waarop hij interessante beelden maakt uit roestig metaal en andere afval en waar hij bovendien een paradijsje maakt met vruchtboompjes en veel wilde bloemen en planten.
Het is een vrij lange wandeling door de bergen en onderweg maakten wij foto´s van de bloemen die langs het pad groeiden. Vooral Andreas raakte begeisterd en wist niet van ophouden.

Bij Bernd aten we een soort burritos die wij hadden meegebracht, we dronken thee, aten koekjes en kregen een rondleiding over het terrein. Ik maakte een foto van één van de nieuwe beelden, dat ´Vogels´heet.

Toen ik thuis kwam was ik niet zo moe als na mijn wandeling naar de vuurtoren. Mas Duran is wel verder, maar het is minder steil.
To the lighthouse

De wandeling naar de vuurtoren op de uiterste punt rechts van de baai is tamelijk inspannend, maar erg de moeite waard. Toen Rupert hier was ben ik al een keer met hem op weg gegaan, maar die dag voelde ik me niet fit genoeg om tegen het eerste steile stuk op te lopen en ik liet hem alleen verder gaan.
Dat zat me toch niet lekker en gisteren, toen ik goed had geslapen, de zon lekker scheen en de wind niet al te sterk was, besloot ik om het nog maar eens te proberen.
En ja hoor, gelukt. Ik was bekaf toen ik thuis kwam, maar ik had het hem toch maar weer eens geleverd.
Je loopt langs een ongeplaveid bergpad, vrij hoog boven het water. Het ruikt er altijd erg lekker en er staan niet meer zo veel bloemen als toen ik hier een maand geleden aankwam, maar toch nog heel wat.
Kort voor je bij de vuurtoren komt ligt in de diepte het strand dat Sa Sabolla heet. Ik ben niet afgedaald, om mijn krachten te sparen en kwam na iets meer dan een uur nog tamelijk fit op mijn eindbestemming aan, waar ik een kwartier rust nam voor ik de terugweg aanvaardde.
Je ziet in reclames wel eens foto’s van de Middellandse Zee, waarop het water zo blauw is, dat je denkt: Kom kom, dat is een beetje overdreven, maar gisteren was het echt ongelooflijk blauw. In de verte lag het witte dorp. Ik voelde me heel gelukkig.

Op de terugweg is er weer een heel steil stuk, dat ik in tweeën nam. Ik rustte trouwens toch regelmatig een paar minuten. Tegen de tijd dat je weer bijna in het dorp bent kom je langs een stuk waar veel dennen staan. Daar ruikt het net zo als vroeger bij mijn Opa en Oma op Vlieland.
Costa Brava

Het is een ruige kust, de Costa Brava, ook vandaag, nu de zee zo kalm is dat hij op een spiegel lijkt. Maar het kan ook anders.
Op tweede kerstdag 2008 heeft het hier zo gestormd, dat men het er nog steeds over heeft. De golven bereikten grote hoogte en hadden een enorme kracht. Sommige huizen aan de kust werden ernstig beschadigd, waaronder dat van mijn vriend Piet, waar de schade nog steeds niet helemaal hersteld is. Hij heeft nog geluk gehad, want het huis naast het zijn is in een soort ruine veranderd. Total loss, zo te zien.
Als U de kracht van het opspattend water wilt zien kan dat. Ga naar Youtube and type in: Cadaques temporal.
In het dorp was de schade aan huizen niet zo groot, maar het water beukte zo tegen de wal, dat deze op sommige plaatsen helemaal ondermijnd werd. Ergens was een noodsituatie ontstaan en de brandweer rukte uit om daar iets aan te doen. De wagen reeed over de wallekant, die bezweek en de auto belandde in een groot gat. Pas een paar dagen later werd hij er uitgetakeld. Ook dat is op Youtube te zien: Cadaques bomberos.
Warm eten
Warm eten tussen de middag, je moet er even aan wennen, maar je ontkomt er hier niet aan. Als mensen uit het dorp vragen: kom je morgen eten? dan bedoelen ze om een uur of twee. Zo zat ik vandaag klokke twee achter de macaroni bij Nieves en Emilio, die mijn buren waren toen ik hier in de jaren tachtig woonde. Nieves was ook mijn werkster en ze bracht mij eten als ik ziek was. Toen haar dochter, die ik dus ken sinds ze een jaar of vijf was, achttien was geworden is ze eens met een vriendinnetje bij mij in Amsterdam komen logeren en later is ze nog een tijdje au pair bij mijn zoon Ad geweest. Om kort te gaan, we zijn dikke vrienden en ik mag altijd minstens één keer komen eten als ik hier ben.
Soms zijn er veel familileden uitgenodigd, maar vandaag was alleen Pilar er, een van de vele zusters van Nieves en een schattig klein achternichtje, waar Nieves, die zelf geen kleinkinderen heeft, zich erg aan heeft gehecht.
We bespraken onder andere de krachtige wind die over de baai blies. In de Maritim hadden de oude Cadaquessers me verteld dat het een poniente was, die volgens mij uit het zuidwesten komt, maar Emilio was het daar niet helemaal mee eens, want hij was te zuidelijk voor een poniente. Ik heb daar uiteraard geen verstand van. Onderdehand werd ik volgestopt met eten dat ik van de dokter eigenlijk niet mag. Tomaten, varkensvlees, vette jus, kaas, dat alles besprenkeld met een rode wijn van de Ribera del Duero. Bij het dessert kwam de garnacho op tafel, waar ik ook niet onderuit kon, maar toen Emilio bij de koffie een goede Franse cognac tevoorschijn haalde, heb ik resolaat geweigerd nog meer te drinken.
Isabel, de moeder van het achternichtje kende ik ook al toen ze op de lagere school zat. Ze kwam haar dochtertje halen en ik maakte wat foto´s van het gezelschap, die helaas overwegend onscherp bleken te zijn.

Toen ik naar huis liep leek de wind wat minder, maar het was nog steeds bewolkt. Ik had nog maar één gedachte: siesta. Een uurtje later werd ik wakker en zag dat de wind was gedraaid en alle wolken had weggeblazen. Het was weer zomer, net als gisteren. Ik ben nog maar een uurtje gaan lopen voor de lijn.