Toen ik om een uur of half acht wakker werd regende het flink, en toen ik om 11 uur in de auto van Gero stapte was het nog steeds niet droog. Gero had gevraagd of ik vandaag mee naar ‘de andere kant’ wou, waar hij en paar dingen te doen had.
Ik had meteen ja gezegd, maar vanochtend dacht ik er over het af te zeggen, toen Gero belde en met zijn gebruikelijke enthousiasme riep dat hij had gebeld naar Los LLanos en dat daar de zon scheen.
We reden de natte bergweg op en botsten na een bocht bijna op de auto voor ons. Het ging op het nippertje goed. Een treurig ongeval had plaats gevonden op de weg. Een begrafenisauto vol veelkleurige bloemen was van achteren aangereden door een volgauto. Het zal je maar gebeuren op een toch al verdrietige dag.
Tenslotte reden we nog steeds in een beetje regen de tunnel in en ziet, toen we er aan de andere kant uit kwamen lag de vlakte van Los LLanos in volle zon voor ons.
We gingen eerst naar El Paso, alwaar Gero merkwaardig snel regelde dat hij in april een tentoonstelling krijgt in het plaatstelijke VVV-kantoor. Het was wel goed dat ik er bij was, want zijn Spaans is niet zo goed en het Duits van de VVV-dame was ook beperkt, dus bij het regelen van de details kwam mijn talenkennis goed van pas.
Vervolgens reden we naar Arguel, een dorpje ten westen van Los Llanos, alwaar Gero het werk van een glasblazerij ging fotograferen. De fraaie oude huizen van Arguel liggen rondom een prachtig groot plein met hoge bomen en terwijl Gero aan het werk ging zat ik op een muurtje in de zon, keek naar het plein en genoot. Het duurde vrij lang, want – ik heb het al eens eerder geschreven – als Gero begeisterd raakt weet hij van geen ophouden. Volgens mij heeft hij er minstens honderd gemaakt.
Er waren twee glasblazers: een Duitser, van wie ik vrijwel onmiddelijk door had dat hij autistisch was, hetgeen Gero later bevestigde, en een aardige blonde spraakzame Pool, die in het geheel geen overlast veroorzaakte. Ik kocht er twee kleine glazen vogeltjes, één voor mijn vogeltjesverzameling thuis, en één voor in het lege koperen vogelkooitje dat hier in mijn kamer staat. Mona heeft hem Caruso gedoopt.
Ik ken een miljonair hier in de buurt, zei Gero, met een prachtig huis, zullen we die opzoeken? Vind die man dat leuk, vroeg ik. Jazeker, hij houdt van bezoek. dus wij er heen. Het was inderdaad een prachtig huis met een zwembad en een heel grote tuin met vruchtbomen er omheen. Binnen was alles smaakvol, maar naar mijn smaak iets te netjes om gezellig te zijn. De miljonair en zijn vriend waren erg aardig en ik heb beloofd volgend jaar terug te komen. Ik zou alleen niet weten hoe ik er komen moest als Gero me niet vervoert.
En toen we de tunnel weer door waren, wachtte ons een verrassing. Ook aan onze kant scheen de zon. Ik was om ongeveer half drie thuis en heb toen nog zeker een uur in het zonnetje op mijn balkonnetje gezeten. Deze dag kan niet meer stuk.
Badman, ben ik al bruin?
Toen