Ik ben natuurlijk niet naar de Canarische eilanden gekomen om het koud te hebben, maar erg lekker is het hier momenteel niet. Vannacht schijnt het veertien graden geweest te zijn, een gegeven dat druk besproken wordt, want dat komt bijna nooit voor.
Volgens mijn iPad is het nu 18 en dat is natuurlijk veel meer dan in Nederland, waar al optimisten zijn die aan de elfstedentocht denken, maar als je stilzit is het toch koud en kachels zijn hier niet. Ik ben er dus op uit gegaan om een panty te kopen, want ik had erg koude benen. In het lingeriewinkeltje beneden had de aardige mevrouw alleen pantys met een heel dunne draad. Die koop ik in Nederland niet, want die zijn veel te gauw stuk, maar nood breekt wetten. Er schoot al een ladder in toen ik hem op mijn manier heel voorzichtig aantrok, maar die zit toch onder mijn broek, dus dat geeft niet.
Nu zit ik hier dus in de fraaie, spaarzaam gemeubileerde kamer, die hierboven is afgebeeld, met de panty aan en mijn dikste vest en met mitaines, want mijn handen worden koud van het typen. De foto is van Peter. Ik hoop dat hij niet vindt dat ik een ongewenste inbreuk op zijn auteursrecht maak door hem hier af te drukken.
Een beetje koud
Regen
Gisteravond heb ik nog een aardig stukje geschreven over de laatste twee dagen die Peter op La Palma doorbracht. Over hoe het alsmaar regende, over hoe we naar het archeologisch museum in Los Llanos gingen, waar een groot gebrek aan uitleg over het gebodene bleek te bestaan. En over hoe we nog eens met de bus naar het heiligdom in Las Nieves gingen in de vergeefse hoop dat het droog zou worden en we te voet naar Santa Cruz zouden kunnen afdalen, hoe het bleef regenen en we slecht eten aten in het restaurant daar boven.
Over het vervelende Engelse echtpaar dat we ontmoetten bij de ochtendkoffie. Peter werd zo kriegel van de conversatie van de vrouw dat hij er steeds bozer begon uit te zien, waar ik op mijn beurt een beetje zenuwachtig van werd. Van die lieden die denken dat de crisis helemaal niet zou bestaan als er maar niet zoveel mensen waren die te beroerd waren om te werken, de zogenaamde werkelozen. P. ontplofte bijna. Vanochtend kwam ik ze weer tegen en ze meden mij alsof ik schurft had. Ze vonden ons zeker net zo vervelend als wij hen.
En toen wou ik dat vrij lange verhaal gisteravond op het blog zetten en toen verdween het helaas in cyberspace om nooit meer teruggevonden te worden. Het was al laat en ik had geen zin om het nog eens allemaal op te schrijven. Vandaar nu deze verkorte versie.
Gelukkig was Peter er, toen hij vanochtend ruim op tijd naar het vliegveld ging om terug te vliegen naar een besneeuwd Amsterdam, nog steeds van overtuigd dat hij volgend jaar weer wil komen, dus regen en vervelende Engelsen hebben zijn vakantietje kennelijk niet helemaal weten te verknoeien. Ik moet zeggen, we hebben het, zolang de zon scheen, erg leuk gehad.
Fruit
Fruit kan je maar het beste kopen op de kleine overdekte markt. Het komt vrijwel allemaal van het eiland en heeft dus niet landdurig in koelcellen over de wereld gereisd voor het bij de consument aankomt. Banaantjes, mandarijnen, peren, avocado’s, het is allemaal veel lekkerder dan in Amsterdam.
In een van de stalletjes staat een kleine Palmeraanse die haar koopwaar zo hoog heeft opgetast dat ze er nauwelijks overheen kan kijken. Maar ze heeft heel goede mandarijnen en verrukkelijke peren.
Het noorden
Het is weer erg leuk gezelschap uit Amsterdam te hebben. Peter is er nu en we doen deels dezelfde dingen als ik met Carletta gedaan heb.
Gisteren gingen we bijvoorbeeld met de bus om de noord en de geschiedenis herhaalde zich. Je rijdt eerst naar het noorden langs de oostkust van het eiland en daar moet je dan in Barlovento overstappen in een kleinere bus want aan de noordkant zijn de wegen soms zo smal dat die grote er niet door kan. Vorige week maandag zat er een vrouw bij ons in het busje die heel hard zat te praten met andere Palmeranen. Ze taterde maar door en wachtte nauwelijks op antwoord. Carletta en ik vonden haar nogal irritant, maar vergaven haar toen we gezien hadden dat ze met haar boodschappentasje uitstapte op een plek waar in de wijde omtrek geen huis te zien was en dat ze daar langzaam een pad naar de diepte van de barranco begon af te dalen. We dachten dat ze daar ergens helemaal alleen in een hutje woonde en behalve in de bus nooit intermenselijk contact had.
Gisteren, woensdag, zat ik dus met Peter in dat busje en dezelfde vrouw zat daar weer luid te ratelen. We denken nu dat ze elke dag met het busje op en neer gaat naar Barlovento on eens met iemand te praten. En misschien om naar de kapper te gaan, want ze zag er verzorgd uit.
In Garafia stap je weer over in een gewone bus en daarmee reden we naar Puntagorda, waar we lekker lunchten bij hetzelfde restaurant waar ik ook met Carletta had gegeten. En net als vorige week misten we op het nippertje de bus van half drie en maaken we foto’s om de tijd te doden tot de bus van half vier. Onder andere van sinaasappelbomen.
Sangria
Er moet een Duitse cruise in de haven liggen, want de straat is ineens vol met, meestal middelbare, Duitsers. Twee lustige enigszins gezette echtparen nemen plaats op het terras van de Negresco, waar ik mijn ochtendcortados zit te drinken.
‘Een liter sangria’ roepen zij vrolijk. Het duurt een poosje voor ze begrepen hebben dat Ricardo die alleen per glas verkoopt, maar tenslotte zitten ze met vier grote glazen voor hun neus. Daar moeten die arme mensen dan zes euro per glas voor betalen, wat voor La Palma echt een schandelijk hoge prijs is. Als je hier duidelijk van een cruise komt, gieren de prijzen omhoog.
Bovendien zit je eigenlijk een beetje voor gek met een glas sangria op tafel, want ik heb in al mijn lange jaren in Spanje nog nooit een Spanjaard gezien die sangria dronk. Dit is een drank die echt uitlsuitend door buitenlanders wordt geconsumeerd, die dan denken dat ze iets typisch Spaans aan het doen zijn.
Gero en Klaus
Gero en Klaus vormen een bejaard echtpaar dat al jaren op La Palma woont. Gero is beeldend kunstenaar, Klaus kunstcriticus in ruste. Ik ken ze al jaren en beiden zijn erg aardig en zeer aan elkaar verknocht, al spreken ze altijd over elkaar alsof de een van de ander denkt dat hij een lastig kind is.
Een beetje zorgelijk is dat nu wel, want ik heb de indruk dat Gero echt bang is dat Klaus een beetje begint te dementeren, wat natuurlijk erg naar zou zijn.
Gero is nog altijd actief bezig met mooie dingen maken en dat doet hij tegenwoordig in de vorm van foto’s die hij maakt door een beetje met de camera te bewegen als hij die voor een stapel kleurige plastic objecten houdt. Het resultaat ziet er vaak erg aardig uit.
Gisterenmiddag hadden ze me op de koffie genood. Ze komen me dan ophalen met de auto, want ze wonen ergens ten zuiden van Santa Cruz in een beeldig oud Palmeraans huis, dat per bus slecht te bereiken is. We zaten op een binnenplaatsje temidden van bloeken en planten en er waren zes grote taartpunten in de aanbieding. Ieder twee dus, ik durfde niet nee te zeggen. IK heb heel veel kunst gezien en voor ik naar huis ging haalde Gero de camera te voorschijn om, zonder beweging, een opname van mij te maken.
Vensternis
Hier is dan de foto die gisteren niet bij mijn bericht wou verschijnen.
Weet u dat u de foto vergroten kan door er op te klikken?
Teruggeworpen op mezelf
Ik kan goed alleen zijn., maar het was toch erg gezellig om Carletta hier te hebben. Was, want vanochtend zijn we om acht uur per taxi naar het vliegveld vertrokken, vanwaar zij naar Amsterdam terugvloog. Ik zal haar missen.
Gisteravond dronken we ten afscheid een glaasje cava in de vensternis van mijn kamer. Rupert kwam langs om een heel klein glaasje mee te drinken en maakte een foto.
Die komt later, want wordpress wil hem nu even niet downloaden.
Met de bus
Twee dagen geleden zijn we met de bus naar het noorden gegaan een tocht die ik vorig jaar op 11 februari heb beschreven, maar toen maakte ik hem inde omgekeerde richting. Nu gingen we omhoog langs de steile oostkust, toen langs de nog ruigere noordkust naar het westen en daar naar het zuiden, naar Los LLanos, waar we de bus naar Santa Cruz namen. Het is vooral in het noorden een adembenemend mooie tocht.
Gisteren waren we in Santa Cruz, waar weer energiek geshopt werd (daarover een andere keer meer) en vandaag willen we zo’n busreis naar het zuiden maken, opdat Claretta ook dat deel van het eiland ziet, voor ze weer naar huis gaat. Overmorgen al. Ik zal haar missen.
We gaan dus naar Fuencaliente op de zuidpunt van het eiland en vandaar langs het westen naar Los Llanos. Rupert vindt dat we in Fuencaliente naar de vulkanen moeten lopen, maar dat is nogal een wandeling, dus misschien is dat niet zo’n goed idee. We zullen zien.
Leggings
Leggings zijn erg populair in La Palma. Heel veel jonge en niet zo erg jonge meiden dragen ze. En dan vaak met een kort truitje er boven.
Claretta en ik zitten in de vensternis van haar kamer op de ronde houten bankjes, drinken een glaasje wijn en kijken met kritische blik naar de voorbijgangers. Er komen erg veel dames voorbij met zeer forse dijen, een legging en zo’n te kort truitje. Het ziet er niet uit en we zien er steeds meer. Zoveel enorme dijen zie je in Holland niet.
‘Ik denk dat het in het drinkwater zit’ zegt Claretta.










