
Toen ik gisteren mijn bagage in het appartement had gebracht wou ik eerst maar even wat boodschappen gaan doen. Nog even een slokje water. De mooie koperen kraan in de keuken wou eerst niet open, maar toen ik een beetje kracht zette schoot hij los en een enorme straal water spatte de keuken in. Ik wou hem een beetje dichtdraaien, maar dat ging niet. Met alle kracht die ik in mijn niet zeer sterke handen heb slaagde ik er in hem zover dicht te krijgen dat de hoeveelheid water die in de gootsteen stroomde verwerkt kon worden door de afvoer, zodat er geen gevaar voor overstroming meer bestond, maar verder ging het echt niet.
In het buurhuis was een jonge vrouw bezig de ramen te lappen. Ik dacht dat ze misschien sterker was dan ik, maar ook haar lukte het niet die kraan verder dicht te krijgen. De hoofdkraan van het water zit buiten in een kastje waar ik de sleutel niet van heb, dus ik liet het maar stromen en ging naar het agency om te melden wat er mis was.
Ze gingen meteen een loodgieter bellen, zeiden ze. Het was inmiddels zes uur en ik had er een hard hoofd in. Paco heeft ooit eens tegen me gezegd: als je in Cadaqués een loodgieter wil moet je er een zien te trouwen.
Ik snelde weer naar huis en de gootsteen was gelukkige nog steeds niet vol. Er kwam heel wat water uit de kraan, maar het kon nog net weglopen. En wonder boven wonder kwam om kwart voor zeven de loodgieter.
Die sloot het water af en oordeelde dat de mooie oude koperen kranen waardeloos waren en verving ze door een moderne mengkraan. De vooruitgang is niet tegen te houden.
Hij was om half acht klaar en toen kon ik nog net naar de supermarkt om eerste levensbehoeften zoals WC-papier te kopen.