
Mijn geschiedenis in Cadaqués is nauw verweven met Casa Nun.
Met Paco, de huidige eigenaar van het resturant ben ik al sinds de jaren zeventig bevriend en al voor hij het had, toen het van een gezette Zuidamerikaanse was die Marisol heette, heb ik er een of twee keer met de kinderen gelogeerd.
Op een keer was ik in de vakentie met zoon Ad naar het zuiden gereden. In de loop van de middag kwamen we in het dorp aan en ik, moe van het rijden, streek eerst eens neer op het terras van de Maritim voor ik een kamer ging zoeken. Ad niet, die holde meteen het dorp in om te zien of hij bekenden zag. Het duurde niet lang voor hij terug was.
´We mogen bij Paco logeren´ zei hij.
´Maar die woont zo ver weg, dat is bijna een half uur lopen´, aarzelde ik.
´Nee, hij heeft Casa Nun overgenomen en nodigt ons uit´.
Daarna hebben we jarenlang zo vaak we in het dorp waren in Casa Nun gewoond. Boven waren een paar kamers die Paco niet gebruikte, maar die hij niet wou verhuren dat je er alleen door het restaurant kon komen. Dat vertrouwde hij vreemden niet toe. Ons wel.
We hoefden niet te betalen, maar gingen natuurlijk wel vaak in het rstaurant eten en ik stond er op dat we dat wel betaalden. Ook heb ik wel eens een hele dag geschrobd voor ik vond dat de zaak bewoonbaar was, maar dat had ik er graag voor over.
Vooral als je de kamer aan de voorkant had was je gelukkig. Vanuit je bed kon je de vuurtoren zien. Inmiddels is Paco al weer jaren met Amaya getrouwd, een architecte die van de bovenverdieping een comfortabele woning heeft gemaakt, waar Paco en zij nu wonen
met hun twee kinderen. Voor ons is er dus geen ruimte meer, maar ik ga er nog altijd vaak eten.