Uche, uche, uche, Oma zit nog steeds te kuchen, SMS-te ik aan mijn kleinzoon. Ik heb het niet verdiend, vind ik, want hoewel ik niet meteen na het optreden van de antirookmagiër ben opgehouden, rook ik toch sinds 1984 al niet meer. Dat zou langzamerhand wel eens beloond mogen worden.
De gedachte dat de hoest misschien als ik toen niet was gestopt, nu nog veel erger zou zijn, is een schrale troost.