Verder had ik de hele dag geen klanten, maar op zich was dat niet zo erg, want er zijn ook dagen dat er minder dan 185 euro wordt omgezet. Susie had me 10% van wat ik verkocht beloofd, maar ik was niet van plan dat aan te pakken, want ik denk weinig commercieel.
Toch had ik een goed gevoel toen ik om acht uur de winkel had gesloten en ik besloot te gaan eten in de Can Tito. Daar was maar één andere tafel bezet. Tito, een zoon van Anita van het beroemde restaurant Casa Anita, ken ik al sinds ik begin jaren zeventig met mijn zonen naar Cadaqués kwam. Toen was Casa Anita nog echt goedkoop en we aten er zes dagen in de week, om de zevende dag duur uit te gaan in een ander restaurant. Mijn jongens leerden natuurlijk Anita´s zonen kennen, die van dezelfde leeftijd waren en al hielpen bedienen in het restaurant, waar moeder in de keuken stond en vader de bestellingen rondbracht. Er werd veel geschreeuwd in die zaak. De familie was onderling niet altijd erg vriendelijk.
Nu heeft Rafa, de oudste zoon, zijn eigen restaurant aan de Paseo, Tito heeft zijn Can Tito en Juanito, het nakomertje, heeft met zijn zuster Ana Maria het oude restaurant, waar moeder Anita nog altijd overdag de soep kookt. Verder staat Ana Maria in de keuken. Het restaurant is heel niet goedkoop meer, maar heeft nog altijd grote tafels waaraan iedereen aanschuift. Ik heb er vaak leuke mensen leren kennen.
Can Tito is volgens mij het leukste van de drie restaurants van de familie, Tito is de aardigste van de zonen en hij heeft ook de leukste vrouw getrouwd. Daar wordt niet geschreeuwd. Integendeel. Hun zoon Joan werkt ook al in de zaak en deze familie is heel vriendelijk en lacht veel. Tito bracht me een paar vers gegrilde gambas die niet binnen het menu (13.50 voor een grote sla, een visje, een toetje en een half flesje wijn) vallen en kwam aan mijn tafeltje zitten. We praatten over vroeger en over hoe lang we elkaar al kenden, over hoe het met mijn kinderen ging, over de prijzen van de huizen in Cadaqués (onbetaalbaar) en over veel andere zaken.
Toen ik wou betalen zei hij: No, no, te invito. Dat heb ik graag geaccepteerd, als hij beloofde dat ik de volgende keer mag betalen.
Voor een niet commercieel denkend iemand had ik die dag aardig geboerd. Vooral omdat Susie mij de volgende ochtend een heel leuk blauw met wit aardewerk potje uit India cadeau deed, dat het heel leuk zal doen in mijn keuken in de Javastraat.