Donderdagmorgen voelde ik me eigenlijk te ziek om te ontbijten. Ik had heel onrustig geslapen en het zweet stond me op het voorhoofd toen ik probeerde wat koffie te drinken en een beetje yoghurt met appelmoes te eten. Maar ik had met Carol geregeld dat ik haar om een uur of twaalf zou ontmoeten op het station in Grenoble. Ze had weliswaar niet geantwoord op mijn laatste twee e-mails, maar juist daarom leek het beter om in elk geval mijn kant van de afspraak na te komen.
Een taxi bracht me naar het station, waar ik een bus naar Chalon zou nemen, om van daaruit verder te gaan met een regionale trein. Ik voelde me echt heel zielig, vooral toen het stationsplein in Chalon helemaal opgebroken was en ik mijn koffertje een paar honderd meter moest voorslepen door zand en over grind. Toen de trein eindelijk kwam bleek dat je drie steile treden op moest om in de wagon te komen. Mij ontbrak de kracht om de zware koffer omhoog te tillen. Een norse, ongeduldige Franse jonge vrouw deed het voor me. Vernederend.
Wat was ik blij toen ik in Grenoble Carol en haar prachtige dochter op het perron zag staan. En zij waren ook blij, want in het huis dat ze tijdelijke bewonen deed het internet het al een week niet, en ze hadden dus al dagen niets van me gehoord.
Ze wilden meteen gezellig gaan lunchen, en ik vermande me en at de helft van een salade met warme geitenkaas.
Toen we eindelijk bij het hotel in Uriage aankwamen kon ik niet langer verbergen hoe ziek ik me voelde. Ik wou alleen nog maar naar bed. Dat deed ik zodra ze weg waren en na veel woelen en trillen en beven kwam de hele salade weer terug, waarna ik eindelijk een beetje tot rust kwam en af en toe een poosje sliep.
Vrijdagmorgen werd ik na nog een onrustige nacht wakker in een witte wereld. Het had zo te zien al uren gesneeuwd en daar zou het ook nog uren mee door gaan. Ik was nog de hele dag te ziek om te eten en pas zaterdagochtend begon het leven er weer een beetje aangenaam uit te zien. Ik was zelfs bereid toe te geven dat sneeuw ook zijn mooie kanten heeft. Vooral in een Frans bergdorp. ’s Morgens verkende ik het piepkleine dorp en ‘s middags haalde Carol me op voor het avondmaal in het huis van Robynn en haar Charlie en hun twee dochtertjes. Ik liet het me goed smaken.
Ziek
De trackbackURI naar dit bericht is: http://ericavisser.wordpress.com/2008/03/23/ziek/trackback/
Hallo lieve erica.op de een of anderen manier (onkunde)kreeg ik het maar nie voor elkaar je verslag te lezen.HaHa nundus wel,ik ben blij dat je weer beter bent, want ziek op reis is afschuwelijk,ik geniet van je verslagen e als je het me vraagt ben ik wel een beetje jalours,en zou ik dit alles best met je willen delen,maar het is je van harte gegunt hoor,we wensen je heel veel plezier en genot,van al het moois dat je op je pad tegen komt.
,