Om de noord

Om de noord, zeggen ze op Vlieland. Daar kan je gemakkelijk te voet vanuit het dorp om de noordpunt van het eiland lopen, maar hier moet dat met de bus. Het is niet erg veel klilometers, maar omdat de weg ontzettend slingert vanwege alle barrancós waar hij omheen moet, duurt het uren. De weg naar Cadaqués is een eitje vergeleken bij deze.
Langs de kust is soms in de diepte een smalle strook waar een dorp op ligt, soms rijzen de rotsen meteen op uit de zee. Het uitzicht is voordurend prachtig.
Ik nam eerst een kaartje naar Barlovento, een hooggelegen dorp, het grootste aan de noordkant. Er zijn maar weinig oude huisjes met pannendak meer. Het grootste deel van het dorpje is nu uit beton opgetrokken. Ik liep wat rond, dronk en at iets in een bar, las in El Pais tot de volgende bus kwam. Dat was dus twee uur later.
De tocht ging verder in een klein busje, en dat was maar goed ook, want we daalden nu af en toe af naar een laaggelegen dorp langs een weg waar zelfs dit kleine busje geen tegenligger kon velen.
In Garafía stond tot mijn verbazing een paar keurige herenwandelschoenen onbeheerd naast de bushalte op het trottoir. Even later bleken ze te behoren tot een Nederlands echtpaar, waarvan de man blootsvoets het dorp in was gegaan. Schoenen trok hij alleen aan als er op stenige bergpaden gelopen moest worden.
Ik praatte met ze tot we langs de westkust van het eiland in Puntagorda waren gekomen, waar zij bleven omdat ze er in de buurt een huisje hadden gehuurd. Ik stapte over op een grotere bus en daar gingen we weer, langs de westkust naar Los LLanos de Aridane, een stadje midden op het eiland, waar ik nog net de bus naar Santa Cruz kon halen. Deze keer langs de korte route via de tunnel door berg midden op het eiland. Dit prachtige eiland. Zo mooi, mooier kan haast niet.

Gepubliceerd in:  on oktober 18, 2007 at 10:58 am Laat een reactie achter

Las Nieves

Niet dat het hier ooit sneeuwt, maar het sanctuarium dat boven de stad ligt heet Las Nieves. Daar wou ik maar eens heen lopen. Ik wist dat het tamelijk vermoeiend was, want nogal steil, maar toch.
Vroeger was ik er ook al eens geweest, en toen had ik zonder moeite de weg gevonden, maar nu bleek de situatie grondig veranderd. Overal tunnels en snelwegen in de bergen. Toch vond ik een ongeplaveide weg die volgens een bordje derwaarts voerde. Vorige keer had ik aldoor tussen huizen gelopen, maar nu ging het over een stenig pad langs de barranco, het diepe en momenteel droge rivierdal.
Volgens het boekje duurt deze wandeling drie kwartier, maar ik heb er zeker twee keer zo lang over gedaan, met om het halve uur een rust van een minuut of vijf á tien.
Maar het loont de moeite. Onderweg kan je als je omkijkt zien hoe je steeds hoger op de berg terecht komt en als je er eenmaal bent is daar een prachtig plein met bomen. Aan drie kanten staan religieuze gebouwen en aan de vierde een café restaurant.
Ik zette me op het muurtje voor de kerk en keek uit over het plein. Een plekje waar ik wel een uur kon zitten, dacht ik. Af en toe kwam er eens een toerist of een hond langs om de eentonigheid te verbreken, maar over het algemeen heerste er een weldadige rust.
Tot er een oude man uit het café kwam. De dorpsidioot waarschijnlijk. Hij kwam naast me zitten en legde zijn hand op mijn schouder. ´No me tocas´ zei ik vriendelijk en hij deed alsof hij daar niets van begreep en stortte een vloed van vragen over me uit.
Ik had niet veel zin om het uit te leggen, stond op en liep om de kerk heen. Net op tijd om te zien dat daar een bus naar SantaCruz stopte. Dat trof, want die gaat maar één keer per uur.
Vanmiddag geluierd. Vanavond naar de opening van een tentoonstelling van een vriend van Rupert en Thomas.

Gepubliceerd in:  on oktober 16, 2007 at 5:32 pm Laat een reactie achter

La Fuente

Nou, dat begint goed. Al drie dagen van huis en nog geen woord geschreven. Sorry, er waren, ik zal maar zeggen logistieke problemen.

Vrijdag kwam Anabet me voor alle zekerheid al om elf uur halen om naar Schiphol te gaan voor het vliegtuig van 14.50. Zat tijd dus, en alles verliep op rollen. Ik had nog stroopwafels willen kopen om mee te nemen naar de eigenaars van mijn studio, maar helaas, vergeten. Wel een El Pais gekocht om onderweg vast wat Spaans te lezen, maar daar kwam niet veel van, want naast me zat een aardige leraar/schoolcounseler uit Castricum, met wie ik biijna aldoor heb ziten praten. Nee, hij wist niet wie Anabet was en ik weet niet hoe hij heet. Hij ging met drie collega´s een week wandelen in de Palmeraanse bergen.

Als je uit het vliegtuig komt is het eerste dat je opvalt dat het hier zo lekker ruikt. Een kruidige lucht, die ik verder niet thuis kan brengen. Een taxi bracht me voor 12 euro naar het 7 kilometer noordelijker gelegen Santa Cruz en daar wachtte Rupert me in de receptie van La Fuente, een appartementenverhuurbedrijf dat hij in eigendom heeft samen met zijn levensgezel Thomas.

Tien jaar geleden ben ik hier ook al eens geweest en toen zijn we bevriend geraakt. Zij komen oorspronkelijk uit Berlijn en hebben een voor Duitsers opmerkelijk gevoel voor humor. Ik kreeg een warme omhelzing ter verwelkoming en een aardig appartementje van woonkamer/keuken, slaapkamer en badkamer. Vanuit het raam bij de eettafel kon je de zee zien.
Ik ging nog even de straat op om aan de boulevard een lekker visje te eten, ging tevreden naar bed en sliep lekker. De zee was toen de zon opging zilverig blauw. Ik weet dat je bij mooi weer Tenerife kunt zien, maar er was in de overigens wolkeloze lucht een streep wolken boven de horizon. Het bad viel een beetje tegen, want net als tien jaar geleden was er eigenlijk niet genoeg warm water om het te vulen, maar verder was alles in orde.
Op weg naar buiten zag ik Mona in de receptie. Zij is een nichtje van Onkel Thomas en werkt al jaren bij de Fuente. Toen zij even bezig was aan de telefoon liep ik even door de openstaande deur nummer 10 binnen, het mooiste plekje van het gebouw. Het ligt één hoog aan de straat, heeft een oud Spaanse houten balkonnetje (zie de foto bij het voor-vorige bericht) en een groot raam. De vloer heeft glanzend parket, het plafond is de onderkant van het puntige dak met donkere houten balken.
´Daar wil ik toch ook nog eens wonen´ zei ik toen Mona uitgetelefoneerd was. ´Je mag het hebben, het is vrij, maar het is een beetje lawaaiig aan de straat.´
Ik heb mijn koffer weer ingepakt en ben verhuisd. Vrijdagavond was ik gelukkig, zaterdagochtend zeer gelukkig. Er is inderdaad een beetje straatlawaai, vooral van het café schuin onder, maar daar heb ik geen last van. Ik slaap prima in een lekker bed.

Tegen de tijd dat ik verhuisd was kwamen Thomas en Rupert vragen of ik mee ging koffie drinken en daarna was het één uur geweest, en toen was het internetcafé tot maandagochtend gesloten, dus eerder dan vanochtend kon ik niet schrijven.
´s Middags maakte een eerste stadswandeling. Wat is het stadje toch mooi. Ik was overigens niet vooruit te branden en liep irritant langzaam. In Cadaqés ben ik ook altijd de eerste dagen zo moe.

Zondagochtend stond ik heel wat fitter op. Ik bakte een eitje voor mezelf, maar dat was niet zo´n succes, want ik ben altijd een beetje onhandig met een electische kookplaat. Het zal wel wennen. Na de koffie, beneden in het café, wou ik afrekenen. ´Één twintig señora.´
´Ik heb er twee gehad.´
´Dat klopt dus, één twintig.´
In de Maritim in Cadaqués kosten ze 1,30 per stuk.
Opgewekt begon ik maar weer aan een stadswandeling. Omdat ik voor ik me buiten de stad aan de wandel begeef even wou weten wat ik aan kon, begon ik maar eens met het beklimmen van de honderddertig treden die leiden naar de straat waar het kleine roze huisje is dat ik ook ooit eens van de jongens heb gehuurd. Ik liep er zonder moeite tegenop. Ook de afdaling door de prachtige, maar zeer steile, Calle San Sebastian gaf geen problemen. Dan durf ik ook wel de paden op en de lanen in. Ik doe overigens alleen de als facil te boek staande wandelingen uit het boekje. Dat zijn er genoeg.

Gisteravond heerlijk sardientjes gegeten met aardappels uit de oven. Daarvoor had ik nog even een probleem in het appartement moeten oplossen. Ik had, slordig als ik ben de pan waarin ik eieren had gebakken en een glas waaruit ik vruchtensap had gedronken op het aanrecht laten staan. Toen ik het glas weer wou gebruiken bleken er drie duizend kleine hongerige mieren op het aanrecht te krioelen. Het was een heel werk om ze op te vegen en weg te spoelen. Ze kropen ook steeds op mijn haden en dan moest ik ze daar weer afspoelen. Toen ik in het restaurant zat zag ik ineens een klein miertje op het witte papier onder mijn bord lopen. Ik durfde me niet af te vragen waar het vandaan kwam, maar had daarna steeds het onbehagelijke gevoel dat ik er ergens een voelde lopen.

Al weer goed geslapen. Jan Marten stuurde net een SMS om te vragen of het mij goed gaat. Zeer goed, mag ik wel zeggen. Tot de volgende keer.

Gepubliceerd in:  on oktober 15, 2007 at 10:24 am Reactie (1)

Nog thuis

Vandaag een dagje Cybersoek gedaan. Vanochtend de open inloop voor senioren. Druk, want Rudolf was er niet. Jeanet gelukkig wel en Geert natuurlijk. We hadden 17 klanten, dus bijna alle computers waren bezet en er waren nogal wat beginners, dus er was veel werk.
Vanavond was er een door Novib georganiseerde iftar. Dat is Marokkaans voor de maaltijd die men eet als bij zonsondergang de ramadan ophoudt. Lekker gegeten. Verder werden we geacht om over gelijkwaardige relaties tussen mannen en vrouwen te discussieren, maar daar had ik niet zo’n zin in.
Toen nog even de hond van buurvrouw Wil uitgelaten en nu bijna klaar voor bed.
Leuk dat er zoveel reacties binnenkwamen op de email die ik had rondgestuurd aan mijn vrienden om mijn reis en de herleving van het blog aan te kondigen.

Gepubliceerd in:  on oktober 9, 2007 at 9:17 pm Reactie (1)

Toch weer op reis

La FuenteHet gevoel dat ik nooit meer van huis wou (zie vorig bericht) is na een paar maanden toch weer verdwenen. Ik ga weer, en wel naar La Palma, een Canarisch eiland dat ook bekend staat als ‘la isla verde’ of ‘la isla bonita’. Zes weken naar de zon, nu het in Amsterdam al behoorlijk herfstig begint te worden. En dus ga ik weer op dit blog schrijven.
Vrijdag ga ik weg met de enige directe vlucht die per week daar naar toe gaat en ik kom na zes weken terug. De koffer is al half gevuld, gisteren heb ik de hele dag gewassen, ik ben al bijna zo ver dat ik weg kan.
Hierboven ziet u de gevel van het gebouw waarin ik een studio heb gereserveerd.

Gepubliceerd in:  on oktober 8, 2007 at 3:56 pm Reacties (3)