Al vanaf de eerste dag heeft Rupert herhaaldelijk geprobeerd me ertoe te bewegen om te gaan zwemmen bij het strand dat de gemeente ten zuiden van het stadje heeft aangelegd. Het is maar een kwartiertje lopen, zegt hij, en het zou zoooo goed voor je zijn.
Ik was er nog niet geweest, want ik houd wel een beetje van zwemmen, maar helemaal niet van het strand, zeker niet als het zand zwart is.
Zondagochtend was er geen ontkomen meer aan. Rupert ging er met de auto heen en ik moest mee. Gewillig zette ik me in de witte fourwheeldrive van de empressa. Mijn badpak had ik thuis maar vast aangetrokken, dat scheelde gewriggel op het strand.
Rupert vond dat ik eerst een eind met hem langs de kust moest lopen, op blote voeten langs de waterkant, opdat ik aan de temperatuur van het water kon wennen. Ik vond het helemaal niet koud, maar toen we bij het eind van het strand waren gekomen was ik al een beetje moe van het gesjouw door de natte modder. Hier gaan we te water, zei Rupert, zwem maar rustig zo ver als je wilt langs de kust terug en als je moe wordt ga je weer aan land.
Een heel klein eindje van het strand zwom ik door de tamelijk wilde golven van de Atlantische Oceaan en het moment dat ik het welletjes vond kwam al vrij gauw. Ik kon zonder bril niet goed zien waar onze spullen lagen, maar dat punt had ik volgens mij nog lang niet bereikt. En toen bleek, dat ik weliswaar niet ver van het zand was, maar dat ik geen grond onder voeten had.
Ik zwom een eindje landwaarts en had nog altijd geen grond. Het strand loopt vrij geleidelijk af naar het water, maar zodra het dit bereikt heeft wordt het blijkbaar snel dieper. Ik zwom verder strandwaarts, werd erg moe, begon het steeds minder leuk te vinden en aan overleven te denken. Toen ik eindelijk grond had was ik echt uitgeput, te moe om meteen op te staan en naar mijn handdoek te lopen.
Rupert zwom met ferme slagen helemaal naar de andere kant van het strand en toen weer terug en nog eens een eind. Ondertussen plakte het zwarte zand aan mijn ongelukkige lijf en besloot ik flink te zijn en te zeggen dat dit echt de laatste keer was.
Hij was teleurgesteld, want hij had het natuurlijk echt heel goed bedoeld, maar hij wist nog wel iets voor me: aqua-gymnastiek ergens in een zwembad in een dorp tenzuiden van Sante Cruz. Ik begin er niet aan. Het risico dat ze je daar te veel opjutten wil ik niet lopen. Laat mij nou maar lopen om fit te blijven, dat is al inspannend genoed met al dat stijgen, maar dan heb ik precies in de hand wat ik wel en niet kan en kan ik steeds rusten als mijn hart al te hard gaat bonzen.
Zondag
De trackbackURI naar dit bericht is: http://ericavisser.wordpress.com/2007/10/23/zondag/trackback/
Dank voor je reactie. Ik ga wel lopen, zie verhaal vandaag.
Baywatch ! Met Pamela Visser … ! Wat een fantastisch verhaal, maar de volgende keer toch maar een zwembadje opzoeken, Erica. Kan ook zonder gymnastiek. groet JW