Korte berichten

Zaterdag na 1 uur was het internetcafé weer gesloten tot maandag en toen ik maandagavond thuiskwam uit Fuencaliente ontbrak de lust me om te schrijven.

Ja, ik ben eindelijk naar Fuencaliente geweest en heb er langs en op de vulkaan San Antonio gelopen en in de krater naar beneden gekeken, maar was een beetje te moe om ook nog naar de blijkbaar nog mooiere Teneguia te gaan. Deze laatste heeft verschillende kleuren lava. Zeggen ze. Ik heb wel in de buurt stukjes zwarte en gele en roodbruine lava opgeraapt en in mijn zak gestoken.

Vandaag maar eens een dagje thuis gebleven. Onder andere een bloesje gewassen en Gero bezocht op de laatste dag van zijn tentoonstelling. Hij was opgetogen, want hij had op het laatste moment nog twee schilderijen verkocht aan mensen op het enorme cruise-schip dat aan de kade is afgemeerd. Toen thuis de krant gelezen, een slaapje gedaan en een arepa gegeten op de avenido Maritimo, waar hoge golven over de kademuur spatten. Vervolgens, om toch nog enige lichamelijke oefening te krijgen, tegen de zeer steile Calle San Sebastian opgelopen, helemaal tot het eind, hoog boven de zee, en langs de trap van meet dan honderd treden naar beneden gegaan en langs de Avenida del Puente afgezakt naar het internet café.
Een nuttig bestede dag.

Buurvrouw Wil is in het OLVG opgenomen met een hartinfarct. Ze was al niet in orde toen ik wegging, maar aangezien ze negen kinderen heeft zag ik geen reden om thuis te blijven. Het goede nieuws is dat ze weer van de hartbewaking af is en dat ze nu eindelijk iets gaan doen aan de vastgelopen bloedsomloop in haar rechterbeen. Ze verrekte al een hele tijd van de pijn en ze is niet iemand die gauw klaagt. Ze liet zelfs haar eigen hondje helemaal niet meer uit. Dat wil in haar geval heel wat zeggen.

Zo, genoeg. Morgen maar weer eens een wandeling maken, maar ik weet nog niet waarheen.

Gepubliceerd in: on oktober 30, 2007 at 6:08 pm Reacties (2)

Zaterdag al weer.

Gebeurt er eens wat, en slaap ik er door heen. Om een uur of drie vanochtend schijnt er op straat en in de Fuente een enorme commotie geweest te zijn. In het appartement naast me, dat ook een raam aan de straat heeft, logeerde een jonge Spanjaard, die met vrienden iets was gaan drinken in bar die laat open bleef.
Een van de vrienden werd lamlazerus en volgens het verhaal van de jongens moest hij ergens pissen, gleed uit en kwam met zijn lijf in een ijzeren staaf terecht die daar ergens lag. Bloeden geen gebrek. Hij woonde eigenlijk niet in de Fuente, maar zijn vriend wou hem meenemen naar het appartement om voor de wond te zorgen. Op het laatste moment kreeg hij een aanval van gekte, wou het huis niet in, rukte zich los en smakte door de ruit van de babywinkel aan de overkant.
Toen riepen de buren de politie en belden ze Thomas op, die slaapdronken van hun hooggelegen huis naar beneden reed en de situatie opnam. Thomas concludeerde meteen dat er in eerste instantie een mes was getrokken en dat ze dat niet aan de politie wilden vertellen en dat ze daarom niet naar het ziekenhuis waren gegaan. Inmiddels waren de dronkaards toch allemaal in het apartement terechtgekomen, waar de badkamer al snel vol kots en bloed zat.
De politie besloot dat hij in elk geval toch naar het ziekenhuis moest, en de rust keerde weer in de Fuente.
Ik slaap aan de straat met alle ramen open en al die mensen die in het appartement naast mij moesten zijn gingen vlak voor mijn deur langs en ik heb helemaal niets gehoord.

Vanochtend was de bewoner van het appartement met de noorderzon vertrokken.
Er was net een nieuwe schoonmaakster in de Fuente, omdat de andere had toegegeven dat ze geld uit de kas had gepikt. Arme Mona wou deze nieuwe kracht niet meteen in een badkamer vol kots en bloed sturen, trok handschoenen aan, vermande zich en maakte het schoon.
Het leven van de horeca-ondernemer gaat niet altijd over rozen.

Vanmiddag moest er dus iets leuks gebeuren. Ze vroegen of ik mee ging en we gingen eten in een restaurant in Breña Alta, waar we lekker geluncht hebben. Der Alfred war auch dabei. Dat is een oude Oostenrijker die altijd naar dat zwembad met aquagymnastiek gaat, waar Rupert mij ook heen wil hebben. Ik moet zeggen, Alfred heeft volgens mij minder lucht dan ik, dus als hij het aankan……..Wie weet.

Gepubliceerd in: on oktober 27, 2007 at 6:17 pm Laat een reactie achter

Vrijdag, Fuencaliente

Ik wil naar het dorp Fuencaliente dat vrij hoog op de zuidpunt ligt. Vandaar kan je langs twee vulkanen naar beneden lopen naar de uiterste punt, waar een paar vissershuizen, een vuurtoren en een bar zijn. Het is bijna twee uur lopen, maar er is elke twee uur een bus terug, dus je hoeft niet terug te klimmen.

Ik had in het busrooster gekeken en volgens mij ging er om 12.15 een bus vanuit Santa Cruz naar het zuiden. Ik kwam om twaalf uur relaxed op de bushalte aan, om nog net te zien dat de bus wegreed. Die ging om 12 uur precies.
Twee uur wachten dus. Ik at een ijsje, schreef ansichtkaarten, las in de krant. De zon scheen weer. Er hingen wel een paar wolken boven de bergen, maar dat is wel vaker zo.
Deze keer was ik op tijd voor de bus. Ik genoot weer van de rit, die vrij hoog gaat, waardoor je steeds een mooi uitzicht naar de kust beneden hebt.
En toen ik eindelijk in Fuencaliente aankwam begon het daar net te regenen. Bijna twee uur gewacht op de bus terug naar de stad onder het twijfelachtig genot van slappe koffie en een slechte arepa. Toch nog een goed humeur.

Gepubliceerd in: on oktober 26, 2007 at 6:17 pm Reacties (2)

Donderdag

Als ik een dag topsport heb gedaan (voor mij valt de klim van dinsdag in die categorie) moet ik vervolgens een dagje kalm aan. Geen probleem, ik verveel me nooit.
´s Avonds ging ik maar weer eens in Donosti eten. Ik word daar ontvangen alsof ik een oude vriendin ben. Marisa weet niet helemaal zeker of ze me zal omhelzen en omdat ik het ook niet helemaal zeker weet gebeurt het niet. Het glas witte wijn staat al op mijn tafel voor ik iets besteld heb. Ze hebben sardientjes. Ja graag, die wil ik eten.
Vervolgens krijg ik een bord met twaalf sardinas er op. Dat is weer meer dan ik op kan, vooral omdat ik ook nog van de erg lekkere aardappels uit de oven wil eten. Aardappels is ook groente, hier zeker.
Het is niet druk op het terras. Rechts van me zit een tafel met zeven Zweden te drinken en te smullen. Of eigelijk zijn het zes heren met een secretaresse. De vrouw die er bij is ziet er tenminste uit alsof ze ieder ogenblik kan beginnen met aantekeningen maken.
Ergens links een paar dat elkaar niet veel tevertellen heeft. Getrouwd zeker. Ze moeten wel af en toe hartelijk lachen.
Later komt er een paar middelbare Spaanse nichten zitten. De ene lijkt me wel een leuk type, ik begrijp niet waarom hij iets in de andere ziet.
Thomas snelt voorbij met een paar gasten die hij kennelijk in een van de buiten La Fuente liggende appartementen onder gaat brengen en een tijdje later snelt hij weer voorbij in de tegenovergestelde richting en roept: Geen tijd, er wachten nog meer mensen op me.
Marisa schudt haar hoofd omdat ik niet alle sardinas heb opgegeten. Maar dan neem je toch wel een toetje zegt ze. Ik heb heerlijke quesillo gemaakt. Ik weet niet precies wat dat is, maar durf niet nee te zeggen. Het blijkt een flink stuk flan-achtige substantie met slagroom en chocoladesaus er over. Ja, dan kan ik net zo goed geen vis eten voor mijn cholesterol. En ik houd eigenlijk niet van flan. Toch maar een groot stuk van opgegeten.
Later blijkt dat Thomas en Rupert nog naar het terras zijn gekomen om koffie met me te drinken, maar dan ben ik al naar huis.

Gepubliceerd in: on at 6:04 pm Laat een reactie achter

Woensdag: lopen

Nou ja, lopen…. Ik mag wel haast zeggen klimmen.
Ik wou eindelijk die wandeling van Thomas naar Las Nieves wel eens maken en deze keer liep ik goed. Het gaat als je nog in de stad bent al omhoog, maar niet zo erg. Ik deed vierhonderd stappen en nam dan rust. Toen kwam ik bij een smal keienpad dat langs de berg omhoog slingert. Dat was erg mooi, maar voor mij geen kinderspel. Maar goed, ik kwam met veel rusten boven, moest toen nog een eind door het dorp lopen, aldoor omhoog, maar minder steil en kwam tenslotte op een punt waar ík Las Nieves zag. Minstens honderd meter lager dan waar ik nu was. Nou ja, naar beneden lopen kan ik echt heel goed. Beneden had ik nog net om tijd om de kerk in te lopen en het zilveren Maria-altaar te bewonderen. En toen kwam de bus al weer.
Het is altijd moeilijk om uit te leggen waarom zo´n wandeling zo mooi is. Ik heb heel wat foto´s gemaakt, maar die kan dit simpele internetcafé niet aan.

Gepubliceerd in: on oktober 24, 2007 at 6:05 pm Reacties (2)

Casino, Dinsdag

Gisteren had ik een beetje een slome dag en ben ik grotendeels thuis gebleven. Alleen ging ik ´s avonds in het Casino eten. Voor mensen die Spanje niet kennen: Het Casino is hier niet een plaats waar je kunt gokken, maar een soort buurthuis.
Het is hier een heel ander verhaal dan in Cadaqués, waar beneden een grote bar is, goed zichtbaar vanaf de straat, waar het altijd vol met toeristen en plaatstelijke bevolking zit. Hier is het een streng oud gebouw in de Calle Brita, waar je op één hoog altijd wat oude mannen voor het raam ziet zitten. Het ziet er van buiten niet uit alsof je er als toerist welkom bent en ik wist helemaal niet dat je er kunt eten, maar Mona uit de receptie vertelde mij dat er tegenwoordig op de eerste etage een restaurant is. Menu 7.50.
Ik er dus heenzonder al te grote verwachtingen. Het is een mooi gebouw, dus wat dat betreft was het wel leuk er eens binnen te zijn. Een eeuwenoude houten trap met brede treden elidt naar boven, waar het restaurant gevestigd is in een grote zaal met een vide. Rondom is een witte zuilengallerij met een soort klassieke zuilen met Moorse bogen er op.
Er was bijna niemand, er zat alleen een Nederlandse familie van zes personen, die niet de indruk maakten dat ze een verrukkelijke vakantie hadden en op een gegeven ogenblik zelfs een beetje ruzie kregen.
Het menu de dia sprak me niet zo aan, dus ik bestelde groentesoep en chollos a la plancha (gegrilde inktvis). De soep kwam al gauw en was best lekker, met veel groente en vlees. Hij was alleen een nogal vet. Toen ik hem ophad had ik eigenlijk genoeg gegeten, maar ja, de chollos kwamen er nog aan. Dat bleek een gigantisch bord vol met chollos in een vette groene saus te zijn, met veel zeer vette friet er bij en wat gemengde sla.
IK ben dapper gaan eten. Af en toe kwam de ober voorbij en zei bemoedigend: a poc a poc.
Maar toen ik op de helft was kreeg ik zo´n ontzettende zin in een rennie, dat ik me spoorslags naar huis heb begeven.

Gepubliceerd in: on at 5:52 pm Laat een reactie achter

Maandag

Lopen dus en dat ging heel goed, door het prachtige laurierbos in een diepe barranco ergens te noorden van de stad. Het steeg maar langzaam en ik hoefde maar twee keer te rusten voor ik aan het eind van het pad was gekomen bij een keteldal dat Cubo de La Galta heet. Terug was natuurlijk een zacht eitje.
Ik moest wel bijna een uur op de bus wachten, want de meeste bussen rijden hier om de twee uur.

Gepubliceerd in: on oktober 23, 2007 at 5:42 pm Reacties (2)

Zondag

Al vanaf de eerste dag heeft Rupert herhaaldelijk geprobeerd me ertoe te bewegen om te gaan zwemmen bij het strand dat de gemeente ten zuiden van het stadje heeft aangelegd. Het is maar een kwartiertje lopen, zegt hij, en het zou zoooo goed voor je zijn.
Ik was er nog niet geweest, want ik houd wel een beetje van zwemmen, maar helemaal niet van het strand, zeker niet als het zand zwart is.
Zondagochtend was er geen ontkomen meer aan. Rupert ging er met de auto heen en ik moest mee. Gewillig zette ik me in de witte fourwheeldrive van de empressa. Mijn badpak had ik thuis maar vast aangetrokken, dat scheelde gewriggel op het strand.
Rupert vond dat ik eerst een eind met hem langs de kust moest lopen, op blote voeten langs de waterkant, opdat ik aan de temperatuur van het water kon wennen. Ik vond het helemaal niet koud, maar toen we bij het eind van het strand waren gekomen was ik al een beetje moe van het gesjouw door de natte modder. Hier gaan we te water, zei Rupert, zwem maar rustig zo ver als je wilt langs de kust terug en als je moe wordt ga je weer aan land.
Een heel klein eindje van het strand zwom ik door de tamelijk wilde golven van de Atlantische Oceaan en het moment dat ik het welletjes vond kwam al vrij gauw. Ik kon zonder bril niet goed zien waar onze spullen lagen, maar dat punt had ik volgens mij nog lang niet bereikt. En toen bleek, dat ik weliswaar niet ver van het zand was, maar dat ik geen grond onder voeten had.
Ik zwom een eindje landwaarts en had nog altijd geen grond. Het strand loopt vrij geleidelijk af naar het water, maar zodra het dit bereikt heeft wordt het blijkbaar snel dieper. Ik zwom verder strandwaarts, werd erg moe, begon het steeds minder leuk te vinden en aan overleven te denken. Toen ik eindelijk grond had was ik echt uitgeput, te moe om meteen op te staan en naar mijn handdoek te lopen.
Rupert zwom met ferme slagen helemaal naar de andere kant van het strand en toen weer terug en nog eens een eind. Ondertussen plakte het zwarte zand aan mijn ongelukkige lijf en besloot ik flink te zijn en te zeggen dat dit echt de laatste keer was.
Hij was teleurgesteld, want hij had het natuurlijk echt heel goed bedoeld, maar hij wist nog wel iets voor me: aqua-gymnastiek ergens in een zwembad in een dorp tenzuiden van Sante Cruz. Ik begin er niet aan. Het risico dat ze je daar te veel opjutten wil ik niet lopen. Laat mij nou maar lopen om fit te blijven, dat is al inspannend genoed met al dat stijgen, maar dan heb ik precies in de hand wat ik wel en niet kan en kan ik steeds rusten als mijn hart al te hard gaat bonzen.

Gepubliceerd in: on at 5:34 pm Reacties (2)

Zaterdag

Het internet was weer gesloten dit weekend, dus hier volgt een verslag van wat er zaterdag gebeurde.

Gero, een Duitse schilder van een jaar of zeventig die al tien jaar op het eiland woont met zijn vriend, kunsthistoricus Klaus, had me uitgenodigd voor een Ausflug.
Ik was om één uur besteld in de galerie waar hij een tentoonstelling heeft. Hij ging juist sluiten, had al één van de grote dubbele deuren dicht, het licht was al uit en hij ging net de andere deur sluiten, toen een Spanjaard vroeg of hij nog even binnen mocht komen. Het licht weer aan, de Spanjaard keek rond, vrij oppervlakkig leek het, en deelde mee dat hij iets wou kopen. Toen bleek dat Gero na die tien jaar nog nauwelijks een woord Spaans spreekt, dus het was handig dat ik er was om bij de onderhandelingen te helpen. De kunstwerken zijn niet duur. €350 is het duurste, en dat kocht de Spanjaard, een architect, om het in zijn kantoor ergens op het eiland op te hangen.
Dat was in elk geval een goed begin van ons uitje, dat ons vervolgens naar het huis van Gero en de afwezige Klaus leidde. Daar kreeg ik allemaal dingen die niet goed voor me zijn, maar ik durfde niet goed nee te zeggen: gazpacho, chocoladecake en koffie met room.
De wekelijkse markt in Mazo die we vervolgens bezochten bekoorde me niet erg. Er waren – anders dan ik gehoopt had – nauwelijks plaatselijke artesanias, en groente en fruit leek me niet verser of goedkoper dan in de dagelijkse markt in Santa Cruz.
Vervolgens maakten we een tocht naar het zuiden van het eiland, waar we onder andere een afgelegen baai met klein strandje bezochten dat ik alleen nooit gevonden zou hebben. De golven sprongen er hoog op tegen de rotsen. Ik zag ineens iets op de rots dat op een vogelkop leek en maakte Gero er op attent. Het bleek de kop van een geheel verdroogde morene te zijn die daar op raadselachtige wijze terechtgekomen was.
Gero is behalve schilder ook enthousiast fotograaf en hij maakte onderweg alsmaar foto´s, waaronder een van mij met de morene. Hij heeft alle foto´s van ons uitstapje op een CD-rom gezet, zodat ik er een boven dit verhaal zou kunnen zetten als hij daar niet veel te groot voor was.

Gepubliceerd in: on oktober 22, 2007 at 11:36 am Laat een reactie achter

Wederom Las Nieves

Ik heb een beetje tegenslag op het punt van Las Nieves. Vandaag wou ik er weer heen volgens een andere route die mij werd aanbevolen door Thomas van de Fuente, maar ik liep verkeerd en kwam nooit in Las Nieves aan. Nou ja, het was toch een aardige wandeling. Op de heenweg moest er weer flink gestegen worden, goed voor hart en longen, en op de terugweg zat ik een tijd de krant te lezen en uit te kijken over de stad en de zee op het plein voor het oude hooggelegen klooster van de Encarnacion.

Het weer is onveranderd mooi en het humeur onveranderd uitstekend.

Gepubliceerd in: on oktober 19, 2007 at 4:38 pm Laat een reactie achter