Eén van de dingen die ik wou schrijven in het verhaal over mijn reis door Frankrijk, dat zo jammerlijk verloren is gegaan, was dat ik zo´n hekel heb aan motorclubs. Vanochtend kwam er hier een het dorp binnen rijden. Zesentwintig grote Harleys met Spaanse nummerplaten denderden het pleintje voor de Imperial op, waar ik mijn eerste kopje koffie zat te genieten. De policias wisten niet zo gauw waar ze die menigte moesten laten parkeren, en openden dus een deel van de nu droge rivier, waar ze binnen zwaaiden en gewichtig van de motoren stapten. Allemaal mannen, velen met een dame achterop. Ze begaven zich en masse naar de Maritim. Toen ik daar even later kwam voor mijn tweede cortado, zaten alle tafels, binnen en buiten, vol met overwegend dikke middelbare mannen met stoere leren jacks aan met stoere teksten er op. De dikste van allemaal was blijkbaar de penningmeester, want die betaalde na een tijdje voor allemaal, terwijl zich een lange rij voor het enige toilet vormde. Toen die was opgelost hesen ze zich weer op de voertuigen en keerde de rust weer.
Nou ja, rust, het is in verband met de eerder genoemde puente nu wel erg druk in het dorp. Ik wou vanmiddag maar weer de vrije natuur in en Ans raadde mij aan om het pad naar de Montaña Negra tenemen, omdat daarlangs nog helemaal niet gebouwd wordt, zodat je je niet aan de vooruitgang hoeft te ergeren terwijl je wandelt.
Het was niet helemaal een succes. De route begint met een trap met vele treden, met daaracher een stuk stenig pad, dat zo steil is, dat ik al uitgeput was toen ik boven was. Nou ja, even op adem gekomen en de hartslag wat tot rust laten komen en toen gewandeld over dit tot de Grande Randonnée behorende pad. Het loopt achter Les Arels langs, waar vroeger een goed lopend nachtcafé was, dat nu al jaren gesloten is. Daarna heeft mijn vriendin Nuria er nog een tijdje gewoond, maar nu is het helemaal in verval met overal planken voor de ramen.
Het pad is fraai, en het uitzich over het dorp leuk, maar links liggen het bedrijventerrein en de toegangsweg tot het dorp, waarop een lange file auto´s stond te hopen dat ze het dorp konden binnenrijden. Ik kon van bovenaf zien dat het parkeerterrein bomvol was, en de auto´s die stonden te wachten op een plaats blokkeerden de ingang van het dorp.
Nu kan je natuurlijk gewoon de andere kant op kijken en doen alsof die weg er niet is, maar al die wachtende automobilisten zetten hun motor niet af en dat geluid maakte het toch een beetje moeilijk om te doen alsof er alleen maar bergen en planten in mijn omgeving waren.
Nou ja, ik wandelde voort, langzaam, want het pad bleef stijgen, en ik moest vaak even rusten. Nu schijn het niet slecht voor je hart te zijn af en toe een beetje extra werk te doen, maar na ruim een uur leek het me toch beter eens terug te gaan. De Montaña Negra heb ik dus op geen stukken na bereikt. Wel deed zich het vervelende verschijnsel voor dat ik steeds dacht: Als ik nou nog tot het volgende bochtje in de weg loop is het uitzicht waarschijnlijk nog mooier. Dat was dan vaak ook zo, maar dan zag ik al weer een meter of twintig verderop een bocht die nog meer fraais beloofde. Enfin, uiteindelijk keerde ik toch om. Naar beneden moet je nog beter uitkijken waar je je voeten neerzet, want je glijdt eerder uit dan wanneer je aan het stijgen bent. Ik was knap moe toen ik thuis kwam.
Vanavond gaan we met een heel stel Hollanders in Casa Nun eten. Lekker eens even Nederlands praten. Ik ben er langzamerhand wel weer aan gewend steeds van de ene vreemde taal naar de andere te switchen, maar Nederlands blijft toch gemakkelijker.