Fruit kan je maar het beste kopen op de kleine overdekte markt. Het komt vrijwel allemaal van het eiland en heeft dus niet landdurig in koelcellen over de wereld gereisd voor het bij de consument aankomt. Banaantjes, mandarijnen, peren, avocado’s, het is allemaal veel lekkerder dan in Amsterdam.
In een van de stalletjes staat een kleine Palmeraanse die haar koopwaar zo hoog heeft opgetast dat ze er nauwelijks overheen kan kijken. Maar ze heeft heel goede mandarijnen en verrukkelijke peren.
Fruit
Het noorden
Het is weer erg leuk gezelschap uit Amsterdam te hebben. Peter is er nu en we doen deels dezelfde dingen als ik met Carletta gedaan heb.
Gisteren gingen we bijvoorbeeld met de bus om de noord en de geschiedenis herhaalde zich. Je rijdt eerst naar het noorden langs de oostkust van het eiland en daar moet je dan in Barlovento overstappen in een kleinere bus want aan de noordkant zijn de wegen soms zo smal dat die grote er niet door kan. Vorige week maandag zat er een vrouw bij ons in het busje die heel hard zat te praten met andere Palmeranen. Ze taterde maar door en wachtte nauwelijks op antwoord. Carletta en ik vonden haar nogal irritant, maar vergaven haar toen we gezien hadden dat ze met haar boodschappentasje uitstapte op een plek waar in de wijde omtrek geen huis te zien was en dat ze daar langzaam een pad naar de diepte van de barranco begon af te dalen. We dachten dat ze daar ergens helemaal alleen in een hutje woonde en behalve in de bus nooit intermenselijk contact had.
Gisteren, woensdag, zat ik dus met Peter in dat busje en dezelfde vrouw zat daar weer luid te ratelen. We denken nu dat ze elke dag met het busje op en neer gaat naar Barlovento on eens met iemand te praten. En misschien om naar de kapper te gaan, want ze zag er verzorgd uit.
In Garafia stap je weer over in een gewone bus en daarmee reden we naar Puntagorda, waar we lekker lunchten bij hetzelfde restaurant waar ik ook met Carletta had gegeten. En net als vorige week misten we op het nippertje de bus van half drie en maaken we foto’s om de tijd te doden tot de bus van half vier. Onder andere van sinaasappelbomen.
Sangria
Er moet een Duitse cruise in de haven liggen, want de straat is ineens vol met, meestal middelbare, Duitsers. Twee lustige enigszins gezette echtparen nemen plaats op het terras van de Negresco, waar ik mijn ochtendcortados zit te drinken.
‘Een liter sangria’ roepen zij vrolijk. Het duurt een poosje voor ze begrepen hebben dat Ricardo die alleen per glas verkoopt, maar tenslotte zitten ze met vier grote glazen voor hun neus. Daar moeten die arme mensen dan zes euro per glas voor betalen, wat voor La Palma echt een schandelijk hoge prijs is. Als je hier duidelijk van een cruise komt, gieren de prijzen omhoog.
Bovendien zit je eigenlijk een beetje voor gek met een glas sangria op tafel, want ik heb in al mijn lange jaren in Spanje nog nooit een Spanjaard gezien die sangria dronk. Dit is een drank die echt uitlsuitend door buitenlanders wordt geconsumeerd, die dan denken dat ze iets typisch Spaans aan het doen zijn.
Gero en Klaus
Gero en Klaus vormen een bejaard echtpaar dat al jaren op La Palma woont. Gero is beeldend kunstenaar, Klaus kunstcriticus in ruste. Ik ken ze al jaren en beiden zijn erg aardig en zeer aan elkaar verknocht, al spreken ze altijd over elkaar alsof de een van de ander denkt dat hij een lastig kind is.
Een beetje zorgelijk is dat nu wel, want ik heb de indruk dat Gero echt bang is dat Klaus een beetje begint te dementeren, wat natuurlijk erg naar zou zijn.
Gero is nog altijd actief bezig met mooie dingen maken en dat doet hij tegenwoordig in de vorm van foto’s die hij maakt door een beetje met de camera te bewegen als hij die voor een stapel kleurige plastic objecten houdt. Het resultaat ziet er vaak erg aardig uit.
Gisterenmiddag hadden ze me op de koffie genood. Ze komen me dan ophalen met de auto, want ze wonen ergens ten zuiden van Santa Cruz in een beeldig oud Palmeraans huis, dat per bus slecht te bereiken is. We zaten op een binnenplaatsje temidden van bloeken en planten en er waren zes grote taartpunten in de aanbieding. Ieder twee dus, ik durfde niet nee te zeggen. IK heb heel veel kunst gezien en voor ik naar huis ging haalde Gero de camera te voorschijn om, zonder beweging, een opname van mij te maken.
Vensternis
Hier is dan de foto die gisteren niet bij mijn bericht wou verschijnen.
Weet u dat u de foto vergroten kan door er op te klikken?
Teruggeworpen op mezelf
Ik kan goed alleen zijn., maar het was toch erg gezellig om Carletta hier te hebben. Was, want vanochtend zijn we om acht uur per taxi naar het vliegveld vertrokken, vanwaar zij naar Amsterdam terugvloog. Ik zal haar missen.
Gisteravond dronken we ten afscheid een glaasje cava in de vensternis van mijn kamer. Rupert kwam langs om een heel klein glaasje mee te drinken en maakte een foto.
Die komt later, want wordpress wil hem nu even niet downloaden.
Met de bus
Twee dagen geleden zijn we met de bus naar het noorden gegaan een tocht die ik vorig jaar op 11 februari heb beschreven, maar toen maakte ik hem inde omgekeerde richting. Nu gingen we omhoog langs de steile oostkust, toen langs de nog ruigere noordkust naar het westen en daar naar het zuiden, naar Los LLanos, waar we de bus naar Santa Cruz namen. Het is vooral in het noorden een adembenemend mooie tocht.
Gisteren waren we in Santa Cruz, waar weer energiek geshopt werd (daarover een andere keer meer) en vandaag willen we zo’n busreis naar het zuiden maken, opdat Claretta ook dat deel van het eiland ziet, voor ze weer naar huis gaat. Overmorgen al. Ik zal haar missen.
We gaan dus naar Fuencaliente op de zuidpunt van het eiland en vandaar langs het westen naar Los Llanos. Rupert vindt dat we in Fuencaliente naar de vulkanen moeten lopen, maar dat is nogal een wandeling, dus misschien is dat niet zo’n goed idee. We zullen zien.
Leggings
Leggings zijn erg populair in La Palma. Heel veel jonge en niet zo erg jonge meiden dragen ze. En dan vaak met een kort truitje er boven.
Claretta en ik zitten in de vensternis van haar kamer op de ronde houten bankjes, drinken een glaasje wijn en kijken met kritische blik naar de voorbijgangers. Er komen erg veel dames voorbij met zeer forse dijen, een legging en zo’n te kort truitje. Het ziet er niet uit en we zien er steeds meer. Zoveel enorme dijen zie je in Holland niet.
‘Ik denk dat het in het drinkwater zit’ zegt Claretta.
Feest
Gisteravond was het feest in de bar schuin onder mijn raam. Of eigenlijk op straat voor de bar.
Dezelfde groep die twee jaar geleden binnen een vrolijke avond had verzorgd, zat nu op het terras voor de deur. Een zanger, een man met een trekharmonicaatje, een gitarist en ook nog iemand met een wonderlijk, waarschijnlijk zelfgemaakt, instrument waar basgeluiden uitkwamen. Ze hebben mooie stemmen en zingen en spelen met groot plezier liederen die op een soort havannas lijken. Het zijn kennelijk bekende wijzen, want op het volle terras zit men vaak mee te zingen. Er is een man die steeds danst en een wat aanstellerige middelbare Duitse toeriste die meedanst en die volgens Carletta en mij, die met een glas wijn tussen de mensen zitten, wordt uitgelachten door de plaatselijke jeugd.
Bovendien stond er een soort vuurbak, waarboven in een ronddraaiende metalen korf papas arrugadas werden gemaakt, de kleine geroosterde aardappeltjes die hier geserveerd worden met de pikante mojo rojo. Ik heb nooit geweten hoe die gemaakt worden. Het aardige is, dat de aardappelen als ze in de korf gaan een normaal formaat hebben, maar tegen de tijd dat ze gaar zijn, zijn ze de helft kleiner geworden en helemaal gerimpeld. Als er weer een korfvol klaar was werden die binnen op kleine schoteltjes gelegd en met saus er bij gratis uitgedeeld.
Om elf uur was de vergunning kennelijk afgelopen, want er kwam een politieauto in de straat. De agenten stapten niet uit, maar bleven gewoon een poosje staan en de muziek hield op.
Vanochtend hoorde ik van Rupert dat een van de muzikanten in het dagelijks leven politieagent is. Vandaar.










